De Constitutionele Staatsgreep–Nog niet klaar
ERDEBE - 26 JULI 2010De term Constitutionele Staatsgreep heb ik een paar weken geleden voor het eerst gebruikt naar aanleiding van het eindverslag van informateur Tjeenk Willink, zijn advies om een PaarsPlus-kabinet te onderzoeken en de ondertussen beruchte bijlage met de Contrasein-onthouden-paragraaf. Afgelopen zondag schreef ik een artikel over de toen nog voortgaande formatiepoging van een PaarsPlus-kabinet, en vooral over de commissie Staatshervorming die Kamerleden van de samenstellende partijen bevatte en die het formatie-overleg van gespreksstof op dit punt zou moeten voorzien. Ik uitte mijn verbazing over het gegeven, dat een onderwerp waarover recent zo weinig te doen is geweest, zo prominent figureerde in de formatie-onderhandelingen. Vervolgens kwam ik via een aftelversje uit op een verdere overdracht van bevoegdheden en Nederlandse soevereiniteit aan de EU in Brussel. Het onderwerp werd niet opgepikt, en PaarsPlus bloedde dood.
Waarop er nog wat gezwateld wordt over het belang van de middenpartijen als D66 en CDA met een bijzondere verantwoordelijkheid voor de coalitievorming te midden van de verscheidenheid van politieke partijen in het land. Waarbij Lubbers er alvast op vooruit loopt dat bij de formatie deze tekst als ethische basis zal worden gebruikt voor het coalitieakkoord:
Waar dit op neerkomt, is dat de preambule van de nieuwe Grondwet vastlegt, dat Nederland onderdeel is van de EU. In een ander verband is de term Europa niet te begrijpen. Dat betekent kortweg, dat de wens van veel Nederlanders om de optie uit de EU te treden open te houden als dit op enig moment verstandiger lijkt, wordt dichtgetimmerd.
Vraag uit hetzelfde interview: De Grondwet verdient een beter slot. Wij dachten aanvankelijk dat u niet tevreden was over de laatste passage.
Voorzitter van de commissie, stilletjes geïnstalleerd op 9 juli 2009, is Mw. Thomassen, tevens raadsheer bij de Hoge Raad. En hoe deze al op een mogelijke grondwetswijziging vooruit kan lopen hebben we al gezien met het besluit van de Hoge Raad uit april, toen de SGP verplicht werd door een uitspraak van de Hoge Raad om in de toekomst vrouwen te kandideren voor publieke functies. Hiermee impliceerde de Hoge Raad een rangorde wat betreft de in de Grondwet geregelde vrijheden, zoals die van Geloof, Meningsuiting en Gelijkheid. Tot nog toe werden deze geacht gelijkwaardig te zijn, maar de uitspraak van de Hoge Raad in deze zaak zette dit op zijn kop. Men is bezig geweest (en nog, waarschijnlijk) om een grondwetswijziging voor te bereiden die er primair op gericht is bepaalde gedachten via de Grondwet te kunnen smoren voor ze te sterk wortelen in de samenleving.Vorig jaar leek daarvoor nog tijd genoeg, met verkiezingen die pas in 2012 zouden worden gehouden. De Commissie kreeg als opdracht te rapporteren rond 1 oktober 2011. De groei in de peilingen van de PVV gaven duidelijk aanleiding om de grondwet en het multiculturalisme wat steviger ankers te geven tegen de naderende storm van publieke verontwaardiging. Echter, door de val van het kabinet ging deze deadline de mist in, en was het kabinet door de politieke verwikkelingen niet in staat de geplande grondwetswijzigingen in te dienen. Lubbers citeert een stukje van die voorgestelde preambule (eind eerste column Connector-artikel), die er op neer komt dat Nederland zich grondwettelijk vastlegt in de EU, en zich vastlegt op de uitgangspunten van een multiculturele samenleving. De toevoeging die hij bepleit maakt andersdenkenden effectief zondaars tegen de Grondwet. De toespraak van Lubbers in maart verraadt het aangepaste tijdschema van de koningin en haar adviseurs. Oorspronkelijk was dat: indiening wet, Statenverkiezingen en een nieuwe Eerste Kamer (PVV leek af te zien van deelname) en vervolgens kort voor de officiële ontbinding aanname in eerste lezing, waarna de nieuwe Grondwet na de verkiezingen door de middenpartijen met een Tweederde meerderheid, zoals vereist, zou kunnen worden aangenomen. Op deze wijze laat zich verklaren waarom het Hare Majesteit zoveel waard was om PaarsPlus tot stand te brengen. De bewegingen in de opiniepeilingen tijdens de onderhandelingen over PaarsPlus moeten zo mogelijk nog harder zijn aangekomen, omdat zij laten zien wat er gaat gebeuren bij de Statenverkiezingen in maart 2011. Maakt deze gewraakte grondwetswijziging nog een kans? Er is helaas een variant die dat mogelijk zou maken. Opnieuw ligt de sleutel bij de Statenverkiezingen 2011. Als de PVV nú in een kabinet komt, zal dat haar een deel van haar populariteit kosten. Als gevolg daarvan zou zij het mogelijk niet extreem goed doen in 2011, en zou een deel van de stemmen die tijdens een PaarsPlus-kabinet naar de PVV zouden zijn gegaan, toevallen aan de VVD. In díe situatie kan de elite het wenselijk achten het kabinet te laten vallen, en te gokken op een voldoende grote meerderheid bij de verkiezingen om de Grondwet alsnog te wijzigen in 2012, uiterlijk 2013. Daarom moet de PVV zich er op voorbereiden de Statenverkiezingen in maart inzet te maken van haar verzet tegen een grondwetswijziging. Omdat het nodig is, en omdat het haar geen windeieren zal leggen. Dat de gevestigde elite het noodzakelijk achtte om te proberen Europa in de Grondwet te verankeren, is een indicatie dat de slag met de EU nog niet volledig verloren is. De Statenverkiezingen moeten gemaakt worden tot het referendum, dat nooit gehouden werd. Voor de PVV, tegen de EU. |
|
