Mina Ahadi: de Koran is een horrorboek
E.J. BRON - 28 NOVEMBER 2009
Mina Ahadi is met zekerheid de moedigste en scherpste islamcritica in Duitsland. De exil-Iraanse weet waarover ze praat. Per slot van rekening werden haar man en vijf van haar vrienden door het islamitische Khomeini-regime vermoord. Sinds ze in 2007 de ”Centrale Raad van ex-moslims” heeft opgericht en hier voorzitter van werd, wordt ze door bijzonder principiële islamgelovigen ook in Duitsland vervolgd en overstelpt met doodsbedreigingen.
Ahadi’s formuleringen zijn helder en duidelijk: ”De Koran is een horrorboek. Moskeeën zijn belemmerend voor de integratie. De hoofddoek is de vlag van de politieke islam. Hij moet absoluut uit het onderwijs en het beroep worden geweerd.” Blijkbaar is er in de publieke opinie grote belangstelling voor zulke duidelijke uitspraken, want de Frankenhof in Erlangen was tot op de laatste plaats gevuld. Velen stonden zelfs buiten in de gang. PI-München kwam met twee volle auto’s en PI-Neurenberg was ook vertegenwoordigd, zodat we de bijeenkomst met een dozijn politiek incorrecten verrijkten.
Mina Ahadi kon veel opmerkelijke zaken vertellen over het gevoelsleven van de islam. De titel van haar voordracht luidde: ”Leven zonder Allah? Over het moeilijke recht de islam te verlaten”. Haar eigen ervaringen spraken boekdelen: als 9-jarig meisje al in de chador gedwongen, door haar eigen broer van haar vrijheden beroofd, vervolgd door het moellahregime, haar man verloren en uiteindelijk ook nog uit haar geboorteland verdreven. De 53-jarige heeft de hele verrijking van de islam aan den lijve ondervonden. Daarom is het ook zo verbazingwekkend, dat de Duitse regering inclusief de meeste politici en grote delen van de media de gevaren van de islamisering nog niet echt willen inzien.
Mina Ahadi weet welke toestanden er heersen wanneer de islam aan de macht is. Dan kruipt de wolf uit z’n schaapskleren en voert één voor één de aanwijzingen van Allah in. Op de leeftijd van 18 jaar zou ze de eerste steniging hebben moeten meemaken. Ze dacht, dat wanneer de wereld dat te weten kwam de tijd zou blijven stilstaan. Wegkijken was het motto. Als kind mocht Mina niet spelen zoals haar broer, ze mocht niet studeren, ze moest al om vijf uur ’s ochtends opstaan om te bidden en riskeerde haar leven toen ze een vriend had. Haar eigen broer zou haar direct en zonder met de ogen te knipperen hebben vermoord als hij dit te weten zou zijn gekomen. Het zogenaamde ”eerbegrip” van de islam zou heel diep in haar broer geworteld hebben gezeten, net zoals bij veel andere mensen die aan de hersenspoeling van deze ”religie” ten prooi vallen.
Voor de exil-Iraanse bestaat er geen twijfel dat de islam extreem vrouwvijandig is. In een democratisch land zou het mogelijk moeten zijn om zich intensief en kritisch met zo’n ideologie bezig te houden zonder bang te hoeven zijn voor je leven. En niet constant deze ”beledigde” verwijten van islamitische verenigingen aan te moeten horen. Wie zou haar, Mina Ahadi, vragen of ze door de vele vrouwvijandige passages in de Koran beledigd zou zijn? Niemand. Dit zou men gewoon uit ”respect” voor een ”vreemde cultuur” moeten accepteren. Daarom zouden al die goedmenschelijke allesbegrijpers eigenlijk de grootste racisten en vrouwenonderdrukkers zijn, want ze zouden de algemene mensenrechten blijkbaar niet aan iedereen toestaan.
Toen in Iran de moellahs onder Khomeini aan de macht kwamen, zou alles heel snel zijn gegaan. De vrouwen werd op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt: ”Of jullie doen de hoofddoek om, of we slaan jullie!” Zo zou de politieke islam zijn onderdrukking bij de zwaksten beginnen – de vrouwen. Dit zou functioneren door intimidatie, bedreiging, marteling, moord en steniging. Na de machtsovername door Khomeini zouden er duizenden zijn vermoord. Naast vrouwen en anders-gelovigen overigens ook veel communisten, wat islamondersteuners uit linkse kringen graag uit hun gedachten verdringen. De belangrijkste opgave voor Duitsland zou volgens Ahadi nu de integratie van de moslims in een seculiere staat zijn. Constante bouw van moskeeën zou hiervoor een compleet contraproductief optreden zijn, want moskeeën zouden er niet om bekend staan dat daar democratische en westerse levenswijzen zouden worden gestimuleerd. In heel Europa zouden haatpredikers
actief bezig zijn. Juist diegenen, die in het openbare leven altijd graag de slachtofferrol zouden spelen, zouden heel veel macht in Duitsland hebben.
Mina Ahadi komt op gang. De Centrale Raad van de moslims zou een absoluut huichelachtige vereniging zijn. Zo zou deze zich in rijke bewoordingen opwinden over de moord in de rechtszaal in Dresden, die uiteraard scherp veroordeeld zou moeten worden. Maar met betrekking tot de vele stenigingen, vervolgingen, discriminaties, verminkingen en moorden in de islamitische wereld zou er bij de Centrale Raad slechts ijzig stilzwijgen heersen. Ofschoon al deze barbaarse fenomenen voor iedereen herkenbaar in islamitisch geregeerde landen zoals Saoedi-Arabië, Iran, Pakistan, Soedan en Nigeria – om er maar enkele te noemen – voorkomen. Daarmee zou de Centrale Raad van de moslims zich echter niet zo graag bezighouden, want dan moet men immers zelfkritiek geven, en dat schuwen moslims in het algemeen net zoals de duivel het wijwater. Bovendien zou de Centrale Raad met veel politieke instellingen in deze landen verbindingen hebben, en wie zou nu graag de hand afhakken van diegenen die hem voeren? Anderzijds zou de Centrale Raad enorm actief zijn, bijvoorbeeld wat betreft de toestemming tot het dragen van een hoofddoek. Wat zou er dan zo belangrijk zijn aan de hoofddoek? Heel eenvoudig: het zou het symbool van de politieke islam voor de onderwerping van de vrouw zijn. Met dit naar westerse maatstaven gemeten lachwekkende argument, daardoor zou de vrouw beschermd zijn tegen de opwinding van mannen. Des te meer vrouwen dus een hoofddoek zouden dragen, des te sterker zouden de vertegenwoordigers van de politieke islam zich dus kunnen voelen.
De conclusie ligt voor Mina Ahadi voor de hand: in democratisch-liberale samenlevingen moet religie absoluut privézaak blijven. Wat een ieder binnen zijn eigen vier muren zou doen, zou zijn eigen zaak zijn. Maar de hoofddoek zou nooit mogen worden toegelaten in scholen, op universiteiten en op de werkplek. Bovendien zouden de hoofddoek en de hijaab voor kinderen verboden moeten worden. Hoe zou een kind vrij kunnen beslissen of het zo’n versluierend kledingstuk zou willen dragen? In Duitsland zou eindelijk een openlijke discussie over de islam op gang moeten komen, opdat men zou herkennen wat deze religie allemaal aan inhouden, eisen en wetten met zich mee zou brengen. Wellicht zou dit ook aanleiding kunnen zijn tot een dringend noodzakelijke hervorming van de islam – als dit überhaupt mogelijk zou zijn, want het woord van Allah zou per slot van rekening letterlijk en onveranderd voor eeuwig gelden.
Toen Mina Ahadi dat allemaal had herkend, zwoer ze vele jaren geleden de islam af. Wat overigens ook de titel van haar nieuwe boek is, dat overigens niet gemakkelijk was te publiceren, want: ”Veel uitgevers zijn gewoon vreselijk bang voor de islam.”
De vrouwen in Iran, die op dit moment met honderdduizenden de straat opgaan, vechten volgens Mina Ahadi voor hun vrijheid en roepen: ”Wanneer we in naam van een religie geslagen en vernederd worden, staan we op en doen we iets. Wanneer God zoiets zegt, ben ik tegen deze God.” Mina komt ook onvermoeibaar voor vrouwen in Iran op die met de dood worden bedreigd. Zo lukt het haar met haar ”Comité tegen stenigingen”, dat ze in 2001 heeft opgericht, steeds opnieuw beklagenswaardige vrouwen te behoeden voor een wrede en langzame dood door terechtstelling. Dit zou duidelijk maken, dat ze niet tegen moslims zou vechten, zoals door haar tegenstanders in Duitsland steeds opnieuw foutief zou worden beweerd. Juist integendeel: ze zou vechten voor moslima’s, voor hun recht op vrijheid, leven en ongedeerdheid. Het zou bijna pervers zijn, dat juist ook zelfbenoemde strijdsters voor vrouwenrechten haar scherpste critici zouden zijn.
Er zou direct en openlijk met de strijd tegen de politieke islam begonnen moeten worden. Want deze zou op dit moment proberen in Duitsland op alle terreinen aan invloed te winnen en een steeds grotere rol te spelen. Op een hele handige en sluipende manier. Hier een kennelijk onbelangrijke eis en daar een kennelijk onbelangrijke speciale toestemming. Totdat op een gegeven moment de basis zou zijn gelegd om ook de hardere wetten van de sharia op tafel te leggen. Omdat Duitsland ook economische interesses in islamitische landen zou hebben, zou van de kant van de Duitse regering graag de discussie met de islamitische verenigingen worden vermeden en zouden deze zelfs in veel gevallen kritiekloos ondersteund worden.
Nu werd het spannend. Er mochten vragen gesteld worden en wel – zoals het in democratische verhoudingen eigenlijk gebruikelijk zou moeten zijn – rechtstreeks en zonder censuur. Niet zoals het twee weken geleden in het raadhuis van München tijdens de bijeenkomst ”Islam ontdekken” van de moslimraad i.s.m. het stedelijk bureau voor intercultureel werk werd gepraktiseerd: alleen schriftelijk en van tevoren uitgekozen.
Omdat er ook meerdere moslims aanwezig waren, kwamen er uiteraard stellingnames tegen de voordracht van Ahadi. Zo bracht er eentje zichtbaar opgewonden naar voren, dat hij de ”beschuldigingen” over de islam verontwaardigt van de hand zou wijzen en dat er per slot van rekening ”geen dwang in de religie” zou bestaan. De aangesprokene antwoordde, dat de Koran voor minstens 97 % vrouwvijandig, in strijd met de mensenrechten en uiterst gevaarlijk voor ongelovigen zou zijn. Hij zou volstaan met voorschriften en wetten, die de moslims regelrecht in een keurslijf zouden persen. Meteen stond de volgende ware gelovige op: het Arabisch zou moeilijk zijn te vertalen, omdat in die taal een begrip wel 20 betekenissen zou kunnen hebben.
Welnu, omdat deze beschermende bewering steeds opnieuw terugkomt, moet hier voor eens en voor altijd op niet mis te verstane wijze een principeverklaring van alles islamcritici worden gegeven. Zodat we niet iedere keer opnieuw dezelfde vermoeiende en zinloze schaduwdiscussies hoeven voeren: de koran bestaat er in verschillende vertalingen, die echter niet bijzonder van elkaar verschillen. Doden blijft doden, net zoals slaan, handen afhakken, onderwerpen, vernederen, bestrijden enz. En diegene die nu nog twijfels heeft, moet zich wenden tot de officiële islamitische plaats in Duitsland, de Centrale Raad van de moslims. Op diens internetsite www.islam.de staat de complete koran. En ook deze uitgave komt overeen met de horrorversie waarover Mina Ahadi het heeft. Onder wiens aanwijzingen per slot van rekening ook miljoenen mensen in de hele wereld hebben te lijden. Bovendien zou het echt een keer interessant zijn om te weten te komen waar die door sagen omgeven ”echte” vertaling van de koran zich eigenlijk bevindt. In de Arabische wereld wordt de koran ook exact zo geïnterpreteerd als in de huidige vertalingen. De charta van Hamas spreekt duidelijke taal, de moordenaar van Theo van Gogh versierde zijn slachtoffer met een lijst desbetreffende koranverzen en honderden islamitische terroristen beriepen zich voor hun dood trots en hartstochtelijk op bekende passages uit de koran. Maar het is uiteraard mooier, wanneer men kan beweren dat dit allemaal ”niets met de islam te maken zou hebben”. Als dit waar zou zijn, dan zou men Osama Bin Laden & Co. Zo snel mogelijk de ”juiste” versie van Mohammeds geestelijke ontboezemingen zonder moord en doodslag moeten doen toekomen, want dan blijft de wereld in de toekomst menig leed bespaard. Maar deze geheimzinnige vreedzame uitgave heeft tot nu toe nog nooit iemand gezien. Hij bestaat blijkbaar alleen in het islamitische argumentatiehandboek voor de twist met onwetende gelovigen.
Daarna stond er een moslima op, die erover klaagde dat mevrouw Ahadi haar zou willen verbieden een hoofddoek te dragen. Zij zou er echter blij mee zijn, zou studeren en zou zich vrij voelen. Mevrouw Ahadi antwoordde haar dat ze heel blij voor haar zou zijn, maar dat miljoenen andere vrouwen er gewoon tegen hun zin toe zouden worden gedwongen. Wie privé een hoofddoek zou willen dragen, zou dat zelf moeten weten, maar niet als politiek symbool op school en tijdens het werk.
Het was bijzonder spannend, dat ook Dr. Sabine Schiffer van het ”Instituut voor mediaverantwoordelijkheid” in Erlangen aanwezig was. Nadat wij ons vorige week al tijdens haar voordracht in de universiteit van Stuttgart over haar diepe overtuiging hadden verbaasd dat de islam slechts als ”vijandbeeld van de media” in een kwaad daglicht zou worden geplaatst, wilden we van de gelegenheid gebruik maken om een bezoekje te brengen aan dit ”instituut”. Het ”instituut” was gehuisvest op de begane grond van een woonhuis. Als deurbel fungeert een vieze, nauwelijks leesbare, ”MV”. We moeten eerlijk toegeven, dat we ons een ”instituut”, dat zo vaak in de media is vertegenwoordigd met zijn islam bagatelliserende mening, dat zelfs bekend is tot in Iran en dat zich in het verleden zelfs mocht sieren met de toevoeging ”universiteit Erlangen”, iets anders hadden voorgesteld.
Natuurlijk was Dr. Schiffer hartelijk welkom bij ons, omdat wij als vanzelfsprekend andere meningen tolereren en deze puur zakelijk bediscussiëren. Desondanks voelde ze zich blijkbaar wat ongemakkelijk, want zoals een lid van PI-Neurenberg onvrijwillig van dichtbij meekreeg, schreef ze het volgende sms-bericht: ”Help, ik zit hier tussen allemaal PI-mensen”. Hoewel ze eigenlijk zou kunnen weten, dat wij geciviliseerde democraten zijn en ze helemaal niet bang voor ons hoeft te zijn, want wij doen geen vlieg kwaad. Dan zou ze voor haar eigen klantenkring, die religiegebonden veel eerder geneigd is om met slaan en andere daadkrachtige uitingen verbale communicatie te ondersteunen, banger moeten zijn. En mevrouw Schiffer mocht uiteraard ook haar vraag stellen.
Welnu, ze beschuldigde mevrouw Ahadi ervan de begrippen ”seculariteit” en ”secularisme” verwisseld te hebben, wat de aanwezigen echter niet echt interesseerde. Bij al die ongelooflijke schilderingen van de reëel bestaande islam zouden tientallen andere onderwerpen veel leerzamer zijn geweest. Maar mevrouw Dr. Schiffer heeft met het oog op de geldschieter van haar voordrachten waarschijnlijk weinig trek om islamkritiek uit te oefenen. Haar betrokkenheid in de Frankenhof in Erlangen beperkte zich tot het bewerkstelligen van een verbod om haar te fotograferen. Ze gaf de organisator desbetreffende instructies door. Welnu, mevrouw Schiffer, u bent als chef van een media-instelling en openbaar spreekster zeker geen privépersoon. Bovendien hebt u zelf ijverig foto’s zitten maken. En u hebt een vraag gesteld tijdens een openbare bijeenkomst. Als er in Duitsland een wet bestaat dat het maken van een foto van u tijdens een openbare bijeenkomst verbiedt, bieden wij uiteraard onze excuses aan en verwijderen we de opname onmiddellijk. Wij zijn per slot van rekening gezagsgetrouwe burgers van dit (nog) democratische land en zetten ons overigens ook voor het behoud van diezelfde democratie in. Hierbij dienen we heel duidelijk gehinderd te worden door verschillende krachten. Want terwijl wij een interview met Mina Ahadi voorbereidden, kwam er een uitermate opgewonden moslim op ons af, die zich tijdens de vragenronde kort daarvoor had voorgesteld als plaatselijk lid van de SPD, en eiste op barse en luide toon letterlijk: ”Laat u mij direct uw perskaarten zien, anders haal ik de politie”.
Een dergelijke agressieve omgang zijn wij niet gewend. En we willen ons ook niet voorstellen wat er gebeurt wanneer zulke krachten in ons land het ooit voor het zeggen zouden krijgen. Bovendien, beste mevrouw Schiffer, zult u ons ook niet kunnen intimideren door schriftelijk aan te kondigen dat er aanklachten tegen PI-auteurs vanuit islamitische en/of uw kring voorbereid zouden worden. Wij staan stevig met beide benen op de grond van de grondwet, wij verdedigen de democratie en maken ons nergens aan schuldig. Misschien kunt u in de toekomst uw opdrachtgevers iets nauwkeuriger uitzoeken, want onder hen bevinden zich blijkbaar een paar die door de staatsveiligheidsdienst in de gaten worden gehouden. Wij zijn overigens ook uitermate geïnteresseerd in uw volgende bijeenkomsten, waarvoor u in de Frankenhof immers al reclame maakte.
Ter afsluiting van deze leerzame avond hadden we nog een opmerkelijk interview met mevrouw Ahadi, maakten kennis met hele aardige exil-Iraniërs, hadden nog enkele absoluut spontane discussies met hoofddoekmoslima’s, tot we besloten de avond harmonisch in een gezellige kroeg in Erlangen af te sluiten. En zoals het hoort, keurig haram bij wijn, bier en lekker gebraden varkensvlees.
Bron:
http://www.pi-news.net/2009/11/mina-ahadi-in-erlangen-koran-ist-ein-horrorbuch/#more-97358
Auteur: byzanz (PI)
Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
Reageren kan op: www.pim-fortuyn.nl/pfforum/topic.asp