Het Vrije Volk
Bestaat dat, Chinezenproblematiek? Spanje in beschouwing

EL FAISáN - 23 APRIL 2011


Ik heb altijd een zeker respect gehad voor Chinezen, want volkeren die een goede werklust hebben, hebben bij mij een streepje voor. In Nederland vormen, als we het hebben over niet-westerse immigranten, Chinezen een voorbeeld voor andere buitenlanders. Er zijn hier weinig Chinese criminelen, nooit hoor je iets over Chinese straatterroristen, en er heeft nog nooit om ideologische reden een Chinese moordenaar en plein public toegeslagen. De eerste generatie die hier kwam heeft, en misschien wel vooral dankzij de wens van sommigen om de geliefde Indische keuken in stand te houden, nu grotendeels een leven lang in de horeca gewerkt en wist zichzelf hierdoor vaak te verheffen: vele migrantenkinderen uit deze hoek doen het uitstekend op scholen en gaan studeren.

Het zijn gelijk vaak ook niet de meest sociale mensen, en assimileren in onze cultuur zie ik ze ook niet, maar er valt weinig over hen te klagen. Nu China in opkomst is, wekt dit land zowel ontzag als toch ook wat angst. De zogenaamde werkplaats van de wereld groeit uit tot een nieuwe machtsbasis. Het grootste probleem is wat mij betreft nog altijd de dictatoriale regering in dit land, want ik zie een dergelijk democratisch land met een seculiere cultuur als de beste kanshebber voor samenwerking met het Westen in de toekomst. Terwijl de Clash of Civilizations volop aan de gang is hier in het Westen, is het mogelijk dat Huntington geen gelijk had met de manier waarop hij een bondgenootschap zag in de Chinese en Islamitische cultuur. Zoals ook Japan verwesterd is, maar toch haar eigen identiteit weet te bewaren, denk ik dat een beloftevol land als China belangrijker voor ons is dan de gemiddelde Arabische bananenrepubliek.

Hoe dan ook, de economische macht van China roept sterke vragen op. Deze site is altijd al een platform geweest voor promarktdenkers en als ik een verhaal hou over protectionisme, dan zal dat mij waarschijnlijk een storm van kritiek opleveren. Iedereen ziet natuurlijk een mogelijkheid in dat China dermate veel kapitaal opbouwt dat er een monopolie ontstaat en het marktmechanisme wereldwijd verstoord wordt. Het is echter niet aan mij om hier een heel verhaal over te gaan houden en u heeft zoiets vast wel eens een keer eerder gelezen. Ik hou me liever bezig met een gevolg van deze mondiale ontwikkelingen op microniveau: in sommige andere landen wordt de rol van Chinezen steeds groter en daarmee doel ik niet op de jacht van de overheid op grondstoffen in Afrika, maar zowel nationale investeringen in reeds ontwikkelde landen en individuele pogingen om een beter bestaan op te bouwen. Hoewel de communistische regering over enorme reserves beschikt, moeten we natuurlijk niet vergeten hoe bitter de armoede nog altijd is in grote delen van het uitgestrekte land.

Als de gemiddelde Nederlander aan Spanje denkt, dan komen eerst gedachten over toeristische bestemmingen, lekker eten, dat bijzondere klimaat en een ‘mañana mañana’-manier van leven aan bod. Laten we echter niet vergeten dat Spanje tegenwoordig een modern economisch land is en mensen werken zich er ook gewoon te pletter voor hun dagelijks brood. Natuurlijk heeft de toch tamelijk recente moderne ontwikkeling van dit land de gemiddelde belastingbetaler in het noorden van Europa veel gekost, en wij dichten het land ook niet snel een voortrekkersrol op ons continent toe, maar een grote economie is een grote economie en, vergeef mij deze Engelse uitdrukking, Spanje is here to stay. Het is dan ook kenmerkend dat China bezig is een grotere invloed te krijgen in de economie van het mediterraanse land en onlangs zag ik nog een documentaire op TVE over een infrastructureel megaproject ergens bij Madrid dat door de Chinezen bekostigd wordt. Uit deze documentaire bleek ook dat er veel Chinese jongeren in Spanje verblijven die de taal leren en er, al dan niet als vertegenwoordiger van de regering van China, er zich blijvend willen vestigen.

Nu heb ik onlangs nog zo’n jongere gesproken. Ik moest hem ‘Juan’ noemen hij en was vierentwintig jaar oud, en deed maanden- en maandenlang zijn best om een redelijk niveau Spaans te bereiken, daarna wilde hij er tevens een sportopleiding volgen. Weliswaar wilde hij uiteindelijk wel terugkeren naar China om daar o.a. met een vrouw van eigen soort te trouwen, maar hij had het er naar zijn zin, en deed anders dan de gemiddelde moslim in Spanje zijn best om de plaatselijke cultuur te begrijpen en te respecteren. Het was wat lastig om met hem te communiceren over moeilijke onderwerpen, want hij had natuurlijk niet die Romaanse basis die het ons Europeanen juist zo makkelijk maakt om bij vocabulaire op hoog niveau verbindingen te vinden in de toch al dichtbijstaande talen. Toch overtuigde hij me van de echtheid van zijn interesse voor het land waarin hij zich ondergedompeld had. Dat is niet altijd makkelijk te herkennen, want de Chinese correctheid en de minder individualistische sociale cultuur kunnen de interactie soms bijzonder ingewikkeld maken.

Tot zo ver de positieve kant van het verhaal. Spanje kent eveneens een fenomeen waar wij hier helemaal geen last van hebben, namelijk de vestiging van Chinezen die op lagere niveaus opereren en overal kleine supermarktjes openen, waar de prijzen steevast lager zijn dan in de grotere winkels of in traditionele zaken van Spanjaarden, die het al zo moeilijk hadden door de commerciële activiteiten van bijvoorbeeld de Lidl. Nu ben ik niet onbekend met Spaanse steden en onlangs nog heb ik bij een bezoek aan Andalusië een flinke reeks van immer de zelfde goedkope winkeltjes met een Chinese eigenaar gezien. Als je binnenloopt om iets te kopen, dan vind je gewoon de normale Spaanse producten (los van een heleboel troep met dubieuze afkomst), maar het is voordeliger winkelen, en bovendien zijn de zaakjes veel langer open dan de conventionele winkel. Dat de eigenaren soms niet eens een woord Spaans lijken te kunnen spreken, moet om niet verder af te dwalen maar even opzij geschoven worden. Tenslotte is het beter om immigranten te hebben die niet meedoen in de dominante cultuur maar wel gewoon hard werken en niet zeuren, dan een gemiddelde Marokkaan die jarenlang parasiteert op die geweldige sociaal-democratische instellingen van ons en vervolgens wel bij iedere gelegenheid een grote mond opzet. Echter, economisch gezien gaat het hier wel om een economisch gevaar voor autochtonen in Spanje en een reactie kan niet uitblijven.

De partij España y Libertad, waarvan ik nieuwsberichten zo nu en dan vertaald aanbied hier op HVV, speelt in op dit probleem en is onlangs een campagne begonnen op internet om er wat aan te doen. Zo wijst zij erop dat deze rommelige winkeltjes vaak ook niet over de juiste licenties beschikken en dat het af en toe net is alsof je een huis betreedt in plaats van een winkel. Nu moet ik zeggen dat een boycot van winkels me bewust of onbewust direct aan de ‘kauf nicht bei Juden’-terreur of ‘Ik verkoop niet aan PVV-stemmers’-zieligheid moet denken, maar het gaat hier om een zeer serieus probleem dat niet alleen een gevolg is van vrije migratie maar ook van het vrije marktdenken. Zou het hier niet volgens het vrije marktdenken gaan om gezonde concurrentie? Wel, door de concurrentie van supermarkten zijn ook kleine winkeltjes in eigen land verdwenen, en dit is wellicht gewoon een onvermijdelijk kenmerk van de moderne tijd, maar ik heb het altijd jammer gevonden dat ‘de ziel’ eruit verdwenen is. Ook als we even niet meer denken aan de Spaanse particulieren dan kun je ook zeggen dat juist die goedkopere supermarkten misschien ook wel weer schade ondervinden van die Chinese bedrijfjes met lage prijzen en bijna ongelimiteerde openingstijden. En dan begint er toch een monopolie te ontstaan. Mijn intentie is niet om een oplossing te bieden voor deze complexe situatie maar om u weer eens aan het denken te zetten over internationalisme en protectionisme, zeker als we het over immigratie hebben. Niet alleen immigranten die niks uitvoeren zijn een probleem, maar immigranten die juist hard werken kunnen het evenwicht in een land ook weer verstoren.