Het Vrije Volk
Waarom Turkije de relatie met Israël op het spel zet

E.J. BRON - 24 JANUARI 2009


Met door haat ingegeven tirades verwijdert Erdoğan zich van het westen.

De leiders van de islamitische wereld hielden zich in het Gazaconflict opvallend op de achtergrond. Met één spectaculaire uitzondering: de Turkse regering, traditioneel een vriend van Israël, officieel bemiddelaar tussen Damascus en Tel Aviv. Niemand ging zo radicaal tegen Israël tekeer als minister-president Recep Tayyip Erdoğan. Israël zou geteisterd gaan worden door een vloek van God, voorspelde hij, Allah zou het land bestraffen. De jodenstaat zou zichzelf vernietigen; tenslotte eiste hij zelfs Israël uit te sluiten van de Verenigde Naties. Hoe is het mogelijk, vroeg hij zich af, dat men vertegenwoordigers van een land dat de VN-resoluties niet respecteert nog door de voordeur naar binnen laat komen?

 

Met zulke uitspraken stak Erdoğan zijn hoofd ongeveer net zover uit het raam als de president van Iran, Mahmoud Ahmadinejad, die een verklaring in de notulen liet opnemen dat het ”voortdurende bestaan” van Israël ”niet haalbaar” zou zijn. Is het EU-kandidaat-lid Turkije een nieuwe beste vriend van Iran geworden?  Afgelopen zondag was Erdoğan in Brussel – voor het eerst sinds vijf jaar – om vaart te zetten achter de gesprekken over toetreding. Turkije wil een brug tussen oost en west zijn, maar de laatste dagen klonk het alsof men een brug nodig zou hebben om vanuit het westen een steeds meer oostelijk Turkije te bereiken. Waarnemers benadrukken snel, dat Erdoğan holle frasen verkondigt. Er wordt niet gebeten, slechts geblaft. De Turkse onderhandelingspogingen en het aanbod om blauwhelmen beschikbaar te stellen zouden belangrijker zijn.

 

Er zijn genoeg redenen aan te wijzen voor de scherpe bewoordingen van Erdoğan. In maart vinden lokale verkiezingen plaats en de clientèle van de islamitische gevormde regeringspartij AKP zijn de gelovige moslims. Die stromen al wekenlang samen voor massademonstraties tegen Israël. Het zijn de grootste protesten ooit in Turkije gehouden vanuit een niet Turkse aanleiding. Erdoğan, de volkstribuun, mag daarbij het contact met het volk niet verliezen. Wat de waarnemers echter niet vermelden: de toegenomen islamitische solidariteit is een resultaat van de maatschappijpolitiek van de AKP. Het doel van die partij is om de islam in de samenleving sterker te maken. En men kan zien: hij is sterker geworden.

 

Van Iran wil men aardgas en olie. Men wil investeren in olievelden; juist nu, gezien tegen de achtergrond van de gascrisis, een dringende aangelegenheid. Dan kan schelden op Israël geen kwaad. Vanuit de Arabische wereld wil men graag investeerders lokken en kredieten krijgen en zo de wereldwijde economische crisis overleven. Ook dat vereist dat men niet in gevaar komt voor een westers land te worden gehouden.

 

Desondanks blijft er een element van overdrijving bestaan in de bombarie van Erdoğan, iets minder was ook voldoende geweest. De reden is, volgens vele experts, dat hij zich gekwetst voelt: kort voor het offensief had hij de Israëlische leiding gevraagd of het klopte dat Israël een aanval zou plannen. Nee, zei men tegen hem, de bemiddelaar met Syrië vol vertrouwen. Toen kwam de aanval. De boodschap aan Erdoğan: we vertrouwen je niet. Dat deed pijn.

 

Wat nu? Gedeeltelijke terugkeer naar de politieke dagelijkse gang van zaken, naar goede samenwerking, mits de crisis voorbij zou zijn. Maar de AKP heeft  invloed en respect in Israël verloren. Echter niet het Turkse leger, het traditionele anker voor de goede samenwerking tussen beide landen. Turkije onderhoudt nog steeds goede betrekkingen met Hamas, men vertrouwt Ankara daar meer dan bijvoorbeeld Egypte. Dit kapitaal is echter beduidend minder waard wanneer Hamas, zoals het zich laat aanzien, door het offensief sterk werd verzwakt.

 

Of de Turkse bemiddeling tussen Israël en Syrië weer zal worden opgepakt, moet nog blijken: maar in ieder geval moet er een directe dialoog tussen de beide partijen en de VS plaatsvinden. Het is relatief wat Turkije kan betekenen.

 

E.J. Bron