De laatste slag tegen de boeken
E.J. BRON - 01 JULI 2009Ongeveer een maand geleden liet de Afghaanse regering tienduizenden boeken in een rivier gooien. Dit vijandige gedrag tegenover boeken heeft een geschiedenis. Ongeveer 1400 jaar geleden, toen Arabische moslims voor het eerst het door Perzen bewoonde gebied binnenvielen, stuitten ze op een indrukwekkende verzameling boeken, die bekendstaat onder de naam ”Jundi Shpur”. Zij was de grootste in haar soort en bevond zich in de grootste bibliotheek van die tijd. De commandant van de Arabische troepen, Sa’ad Ibn Abi Waqas, richtte zich per brief tot zijn superieur en vroeg hem wat er met de boeken zou moeten gebeuren. Het antwoord luidde dat hij zou moeten controleren of de inhoud van de boeken overeen zouden komen met de koran. Mocht dit zo zijn, dan zouden de boeken overbodig zijn, want de koran zou immers overal al te krijgen en algemeen toegankelijk zijn. Als de boeken niets met de koran te maken zouden hebben, zouden ze sowieso nutteloos zijn. Dus liet de commandant de bibliotheek inclusief de boeken in brand steken. Ongeveer 700 jaar later, toen het Mongoolse leger Bagdad veroverde, trof het daar een enorme bibliotheek aan, die in die tijd de grootste in haar soort was. Op die dag kleurde het water van de Tigris rood en zwart – rood van het bloed van de vermoorde mensen door het leger van Dzjengis Khan en zwart van de in de rivier gegooide boeken. De slag tegen de boeken werd op tragische wijze 700 jaar later nogmaals herhaald, toen Al-Qaida en de Taliban de controle in Afghanistan overnamen en alle bibliotheken van het land vernietigden, inclusief de Nationale Bibliotheek en de bibliotheek van de universiteit van Kaboel. Nu, zeven jaar na de val van de Taliban, op het moment dat er talrijke democratische landen in Afghanistan zijn om de vrijheid en de vrijheid van meningsuiting te verdedigen en de regering veelmeer door technocraten dan door theocraten wordt geleid, zorgde het ministerie van Cultuur ervoor dat het water van de rivier Helmand zwart kleurde, omdat het er tienduizenden boeken liet ingooien. De boeken bevatten werken over geschiedenis en filosofie, romans en lyriek alsmede een heilig boek van de sjiieten genaamd ”Nahjulbalagha”. Ze werden in het buitenland door een van de weinige Afghaanse uitgevers, Ibrahim Shariati, uitgegeven. Deze boeken werden vernietigd, terwijl andere werken over exorcisme, magie en waarzeggerij voor de mensen toegankelijk zijn. Toen de boeken drie maanden geleden in de grensregio Nimriz aankwamen, vroeg de gouverneur van de regio aan zijn superieur wat hij ermee moest doen. Daarop gaf het Ministerie van Cultuur opdracht ze in de rivier te gooien. De ironie van het geheel bestaat er echter in dat, anders dan zeven jaar geleden, tegenwoordig de helft van de Afghaanse bevolking toegang heeft tot internet en dezelfde boeken online kan lezen. Vanzelfsprekend is het voor de Afghaanse regering niet mogelijk internetboeken in de rivier te gooien. Zij kan echter diegenen ter dood veroordelen die, zoals Parviz Kambakhsh, boeken uit het internet nadrukken. Tegenwoordig zijn er in Afghanistan meer dan 20 universiteiten, talrijke media-instellingen, schrijvers en dichters, die boeken nodig hebben voor hun onderzoek. De meerderheid van de schrijvers, filmmakers en wetenschappers heeft niet de mogelijkheid haar boeken in Afghanistan te publiceren. De ”Drakenloper” van Khaled Husseini is bijvoorbeeld in zijn geboorteland verboden en de filmversie draait niet in de bioscopen. Datzelfde geldt voor ”Aarde en As” van de in Parijs levende schrijver Atiq Ramini, dat in Europa en Zuid-Amerika direct een bestseller werd en waarvan de op de roman gebaseerde film in 2004 in Cannes de ”Prix du Regard Vers l’Avenir” won. We kunnen aan deze lijst de arrestatie van schrijvers, journalisten en bekeerlingen toevoegen en met filmmakers, dichters en mensenrechtenactivisten aanvullen, die uit angst voor hun veiligheid het land verlaten. Dit alles vindt plaats terwijl op hetzelfde moment drugshandelaars, maffiosi en warlords ongestoord hun gang kunnen gaan. De mensen in Afghanistan vragen zich af waarom ze eigenlijk al die buitenlandse troepen en organisaties in het land hebben, als de geestelijke vrijheid wordt beperkt, terwijl de misdaad tegelijkertijd floreert. De mensen in het westen vragen zich hetzelfde af. Het is niet gemakkelijk om daar een antwoord op te vinden. Ik vraag me echter ook af waarom de vele blinde ”goedmenschen” niet merken dat ze hun sympathie schenken aan een cultuur van boekenvernietigers!? LINK: http://www.freitag.de/kultur/0924-afghanistan-buechervernichtung Bronnen: www.freitag.de en www.kybeline.com Vertaald uit het Duits door: E.J. Bron |
|
