Hoe Arnon Grunberg de schijn-élite verdedigt
HANS BESSELING - 21 DECEMBER 2010En Grunberg laat zich door de schijn-élite betalen voor zijn gemakkelijke stukjes, die de mensen er van moeten weerhouden van het boek van Bosma kennis te nemen. Ook is er in de wereld, in verhouding tot het aantal in Nederland wonende mensen, een onbeperkt aantal mensen dat leeft in landen waar economische mogelijkheden en sociale voorzieningen, met inbegrip van de gezondheidszorg, zo miniem zijn, dat zij voortdurend zonder uitzicht voor de toekomst de strijd om het bestaan dreigen te verliezen. Ook deze mensen ervaren een onbeschrijfelijke verbetering van levensomstandigheden indien zij zich legaal of illegaal in Nederland kunnen ophouden. Het op zich toe te juichen vrije verkeer van mensen binnen de EU had en heeft natuurlijk het voorspelbare gevolg dat grote aantallen werknemers uit landen van de EU, waar het welvaartsniveau zoveel verschilt van het huidige welvaartsniveau in Nederland, hier legaal en illegaal het werk komen doen, dat onze werklozen niet kunnen of niet wensen te doen. Een aanzienlijke verlaging van het minimuminkomen hier te lande lijkt een niet te vermijden consequentie van de toetreding van de landen uit Oost-Europa. Nu blijkt dat de mensen uit Oost-Europa veel minder moeite hebben met ons klimaat en onze levenswijze dan de mensen uit de EU-landen in Zuid-Europa zullen vele werknemers uit het Oosten zich hier met hun hele gezin willen vestigen. Daarmee wordt de hoog geroemde solidariteit in onze samenleving zwaar op de proef gesteld. En behalve directe huisvestingsproblemen in de goedkope huursector, al dan niet met huursubsidie, ontstaan er weer nieuwe integratieproblemen. We hadden het hier aardig voor elkaar. Dankzij de gasbel, die door de alsmaar stijgende olieprijzen steeds meer opleverde, konden we voor iedereen de producten van de technologische vooruitgang beschikbaar maken, ongeacht of men zelf al of niet een bijdrage kon of wilde leveren aan de groei van het zogenaamde bruto nationaal product (BNP). Het is dan ook geen wonder dat de talloze minder bedeelden in de wereld hun oog op Nederland laten vallen wanneer ook zij van hun leven iets willen maken. Aangezien de vooruitzichten in de landen van herkomst van onze immigranten, misschien met uitzondering van de landen van de EU, weinig tot geen perspectief op verbeterde omstandigheden bieden zal Nederland in toenemende mate zijn bevolking zien veranderen in een mengelmoes van etnische groepen, waarvan een groot deel door hun islamitische cultuur met zijn sharia bij elkaar blijft hokken in getto’s van de grote steden. Belangstelling voor deelneming aan de landbouw en veeteelt zal niet de reden zijn geweest om hiernaartoe te komen. Het merendeel van onze linkse intellectuelen, kosmopolitisch als zij menen te zijn, heeft niet door dat hun goede leven een directe afgeleide is van de financiële draagkracht van de bevolking als geheel. Slechts de bobo’s, die via topsalarissen hun bankrekening hebben weten te spekken, hebben zich min of meer onafhankelijk van die gemiddelde financiële draagkracht gemaakt en zijn trots op hun kosmopolitische, tolerante instelling. Weliswaar verloopt de ontwikkeling van de gemiddelde koopkracht uiterst langzaam—echte consumptie vraagt maar een zeer klein deel van de koopkracht. Verreweg het meeste geld wordt rondgepompt.—toch behoef je geen economie gestudeerd te hebben om te kunnen voorspellen dat Nederland in alle opzichten een onontwikkeld, arm land zal worden als de niet te stuiten immigrantenstroom blijft bestaan uit een meerderheid van ongeletterde gelukszoekers. Het onderwijs voor de aanwezige bevolking slaagt er al niet meer in het ontwikkelingspeil op een aanvaardbaar niveau te houden. Nederland wordt bestuurd vanuit een netwerk van personen, die op aanwijzing van Jacques de Kadt uit zijn onvolprezen werk, ‘Het fascisme en de nieuwe vrijheid’, door Martin Bosma zo treffend worden gekarakteriseerd als ‘De schijn-élite van de valse munters’. Want de personen uit het bedoelde netwerk, die nog onlangs ten tonele werden gevoerd als de invloedrijkste personen van ons land, kunnen hun basisprincipes, waarmee zij nog bij voortduring de burgers proberen te paaien, in de praktijk niet hard maken en daarom dienen zij als valse munters te worden ontmaskerd. Ik constateer het volgende: De EU is de meest succesvolle vredesorganisatie ooit, maar voor een verdere politieke integratie ontbreekt elke democratische legitimatie. Religies hebben geen gemeenschappelijke basisprincipes. Integratie van de islamgelovigen in onze uit jodendom en christendom voortgekomen Nederlandse beschaving is niet mogelijk. Het zou geen probleem zijn als het een kleine, met Staphorst te vergelijken gemeenschap betrof, maar we hebben het hier over een miljoen personen; een aantal dat bovendien nog snel aangroeit. Verkleining van inkomensverschillen, een door links gekoesterd principe, is ver te zoeken bij de tot deze schijn-élite behorende bestuurders van de in het leven geroepen organisaties voor ons onderwijs en voor de voorzieningen van onze verzorgingsstaat. Ook de salarissen van de bestuurders van de ‘goede doelen’ organisaties zijn doorgaans meer dan goed. Er werd zelfs een ‘Balkenende-norm’ gecreëerd om die zelfverwennerij van de schijn-élite wat in te tomen. En het zijn niet de activiteiten van de schijn-élite, waarop de nog altijd in de wereld zo benijdenswaardige welvaart in Nederland berust. Afgezien van de domme uitspraak het tegengaan van de islamisering van Nederland niet tot beleidsdoel te zullen maken, moet de nieuwe regering echter het voordeel van de twijfel worden gegund. Tenslotte zitten er in het kabinet grotendeels echte bestuurders, die hun kwaliteiten hebben bewezen op plaatsen waar bestuur nodig was. In vele zaken zijn zij echter afhankelijk van de schijn-élite, waarvan vele leden hun positie bedreigd zien. De massamedia in Nederland vormen een platform voor de basisprincipes van de schijn-élite, ook al is het ‘politiek correcte denken’ in een enigszins kwaad daglicht komen te staan. Maar Bosma heeft in zijn boek scherp gedocumenteerd, hoe de ‘Vrienden van de DDR’ van destijds zijn opgevolgd door de pleitbezorgers van de Palestijnen en andere islamieten. Na Obama te hebben omarmd—een valse munter bij uitstek—is het wat moeilijk Amerika wat te verwijten, maar schending van humanitaire beginselen door Israël—een land sinds de stichting van de staat in 1948 met uitroeien bedreigd door zijn islamitische buren—wordt breed uitgemeten, al betreft het in vergelijking met de gruweldaden van de tegenstanders een nog zo’n onbeduidende gebeurtenis. Vooral schrijvers en andere ‘intellectuelen’ waren te vinden onder de vrienden van de DDR. Het gevaar van een overheersing door een communistische dictatuur werd gebagatelliseerd zoals nu de sharia met zijn barbaarse trekken wordt genegeerd als een onscheidbaar element van de islam. Vele moslims in Nederland zullen blij zijn hier niet door de Staat aan die sharia te zijn onderworpen, al zullen weinigen de moed opbrengen zich als ex-moslim bekend te maken. Voor intellectuelen is het echter niet te verteren, dat de aanval op de schijn-élite met zijn naïeve basisprincipes is ingezet door een dissidente intellectueel, Martin Bosma. Nu de populistische aanval van Doekle Terpstra op Geert Wilders met zijn PVV een averechts effect heeft gesorteerd is het aan de beurt van de schrijvers en columnisten om Martin Bosma als intellectueel uit hun midden te bannen. Karakteristiek is hierbij de column van de gevierde schrijver Arnon Grunberg in het Kerstnummer van de VPRO gids. Het noemen van Hayek en Ayn Rand door Bosma in zijn eerste column in de NRC beantwoordt Grunberg met de insinuatie: “Ik vermoed dat Bosma Hayek noch Rand gelezen heeft, en dat Bosma een ordinaire namedropper is staat buiten kijf, maar er is meer aan de hand. Diverse malen is betoogd dat de aanhangers van de PVV zich al dan niet terecht verliezers van de globalisering voelen. De namen die Bosma laat vallen, ongetwijfeld in de hoop serieus genomen te worden, zijn niet toevallig. Zoals vaker bij massabewegingen wordt de massa die de beweging steunt door de leiders van die beweging geminacht.” Het feit dat Bosma de genoemde conservatieve opinieleiders noemt, mag volgens Grunberg natuurlijk niet worden geïnterpreteerd als een uitdaging aan het lezende publiek van de NRC, dat wel erg wordt bedolven onder journalistiek, die de schijn-élite welgevallig is. Maar Grunberg kan toch moeilijk volhouden dat Bosma Hayek in zijn boek heel toepasselijk aanhaalt zonder hem te hebben gelezen. Ik denk eerder dat Grunberg het boek van Bosma niet heeft gelezen. Dat is wel voorzien van 40 bladzijden bronvermeldingen en namen register, dat Grunberg maar had behoeven te raadplegen. Zelden heeft een politiek schrijver zo nauwkeurig verantwoording afgelegd van zijn aanval op politieke tegenstanders. “Elke minuut die u meer aan hem besteedt, is een waardeloze investering”, kraait Grunberg om te voorkomen dat men kennis zou gaan nemen van dit belangrijkste politieke boek in Nederland na ‘Het fascisme en de nieuwe vrijheid’ van Jacques de Kadt. De verdediging van de schijn-élite tegen de beschuldiging dat zij de burgers als valse munters bedriegen bestaat tot dusver slechts uit pogingen de schrijver te kleineren zonder op de inhoud van zijn zeer boeiend gebrachte boodschap in te gaan. En Grunberg laat zich door de schijn-élite betalen voor zijn gemakkelijke stukjes in de VK en de VPRO gids, die de mensen er van moeten weerhouden van die boodschap kennis te nemen. |
|
