Pure censuur in het raadhuis van München
E.J. BRON - 28 OKTOBER 2009
In de grote raadszaal van de stad München vond het tweede gedeelte van de serie bijeenkomsten
”Islam ontdekken” plaats. Georganiseerd door het stedelijke bureau voor intercultureel werk, samen met de moslimraad. Omdat de Münchener PI-groep altijd geïnteresseerd is als er iets nieuws aan de islam is te ontdekken, ging deze met in totaal 13 activisten naar de bijeenkomst in de raadszaal.
Wie voor het begin van de bijeenkomst een bezoek bracht aan het herentoilet in het raadhuis, kon de volgende scene beleven: een blijkbaar islamitische bezoeker had voor een wastafel, waar normaal gesproken emmers worden gevuld voor de schoonmaak, het rooster voor de emmers omhoog geklapt om er zijn voeten in te wassen.
Wij echter begaven ons ”ongereinigd” de raadszaal in en maakten daar waarachtig DDR-achtige toestanden mee.
Al tijdens de begroeting gaf de spreekster, Dr. Margret Spohn, behoorlijk gas: ”Dit is een stedelijke bijeenkomst. Als zodanig oefen ik hier het huisrecht uit. Racistische of buitenlandervijandige uitlatingen zal ik niet toestaan. Zulke personen zal ik met behulp van de hier aanwezige politie uit de zaal laten zetten.”
Sterke tabak direct aan het begin. Zouden we ons geïntimideerd moeten voelen en geen kritiek meer op de islam geven, wat de rood-groene raadhuiskliek waarschijnlijk het liefste wil? Maar het werd nog fraaier: de spreker van de moslimraad voegde er met een veel te vriendelijke grijns aan toe:
”Na de voordracht van mevrouw Dr. Spohn heeft u de gelegenheid om vragen te stellen. Maar alleen schriftelijk. De briefjes worden ingezameld en naar keuze daarna beantwoord.”
Wij dachten dat we in een verkeerde film zaten en vermoedden wat ons bij deze bijeenkomst te wachten stond: een alliantie van links en moslims wil haar islambagatelliserende propaganda doordrukken en kritische geluiden helemaal niet laten opkomen. Uitermate interessant was ook het feit, t naast de vertegenwoordiger van de moslimraad de socioloog en vrije journalist Robert Andreasch zat, die o.a. bij de internetsite ”Indymedia” uitgebreid over het rechts-extremisme schrijft. Andreasch schoot vlijtig plaatjes van het publiek. Hoopte hij wellicht verkapte nazi’s in de zaal te vinden? Bij ons zat in ieder geval geen. Pech gehad, zelfbenoemde antifascist.
Daarna begon Dr. Margret Spohn met haar voordracht over ”Het beeld dat de Duitsers van de Turken hebben in de loop der eeuwen”. Blijkbaar dient nu dus het door de vreselijke aanvallen op Europa in de 16e en 17e eeuw gevormde en nog steeds negatieve beeld van de Turken worden gerelativeerd. We zijn zeer benieuwd.
Spohn vertelde hoe de literatuur van de Middeleeuwen de destijds steeds opnieuw Europa aanvallende Turken beschrijft. Dat klonk allemaal heel aannemelijk: angstwekkende wrede soldaten, die complete dorpen met de aardbodem gelijk maakten en hun inwoners vermoordden”. Maarten Luther zag de indringers, die in 1453 Contantinopel veroverden en in 1529 en 1683 Wenen belegerden, als ”apocalyptische ruiters”.Op dit moment werd er door een van de talrijke Turkse aanwezigen geroepen: ”Langzamer spreken alstublieft.” Men kon het blijkbaar niet helemaal goed meer volgen wat betreft de hoeveelheid gruwelijke verhalen. Margret Spohn kwam echter nu pas goed op dreef: al die beschrijvingen zouden overtrokken en zelfs verkeerd zijn geweest. Want het christendom had destijds ”een religieus gevormd vijandbeeld” nodig. Luther had de Turken als een door God gezonden straf genoemd, omdat de christenen moreel verloederden. Men zou geestelijk weer beter moeten worden om zich tegen de bedreiging te kunnen verzetten. De gevaarlijke Turk zou door de kerk dus in zekere zin als drukmiddel zijn geschapen om de ruzie makende christenheid te verenigen.
Volgens mevrouw Spohn zouden de gebeurtenissen rondom de Turkenoorlogen ook duidelijk veel complexer zijn geweest. Het Osmaanse rijk zou de Duitse standenmaatschappij hebben bedreigd en dat zou bijvoorbeeld aantrekkingskracht op de boeren gehad hebben. Per slot van rekening zouden zij de benadeelden van het standenstelsel geweest zijn. Om een samenwerking tussen de Osmaanse agressors en Duitse boeren tegen te gaan, zou er een veelomvattende propaganda met ”onrealistische” beelden van Turkse moordpartijen en gruweldaden zijn gestart. Bovendien zouden er brieven van de Turkse sultan zijn vervalst, waarin hij de vernietiging van het christendom eiste.
Herinnert dat alles niet heel treffend aan de huidige samenzweringstheorieën, die de Amerikanen 9/11 als een ”Inside job” in de schoenen willen schuiven? Misschien zou men de Turkse invasiepogingen ook nog op de een of andere manier als vrijheidsbeweging voor de arme onderdrukte boeren kunnen verkopen. Welnu, zo’n zo’n positieve voorstelling over de turken past natuurlijk heel goed in het concept van het rode opperhoofd van het raadhuis van München: de ereburger van de Turkse stad Pülümür en naamgever van het ”Christian Ude cultuurcentrum” daar is, zoals bekend, een fervent voorstander van de bouw van de grote moskee in München-Sendling. Dan helpt het natuurlijk wanneer men vlijtig het imago van de Turkse medeburger oppoetst en daarbij tegelijkertijd nog een andere uitleg geeft aan onvriendelijke herinneringen uit de 14e tot de 17e eeuw.
Maar deze spookachtige bijeenkomst leverde ook een paar interessante feiten op: zo kwamen we bijvoorbeeld te weten, dat het kerkelijke klokgelui in 1456 werd ingevoerd om te waarschuwen voor Turkse aanvallen. De christenen dienden daarbij korte tijd hun werk neer te leggen en ter verlossing van het Turkengevaar bidden, waarvoor zegge en schrijve 150 verschillende gebeden bestonden. Na de overwinning voor Wenen in 1683 werden de klokken als dank voor de redding verder geluid. Eeuwenlang zou de bevolking het klokgelui onscheidbaar met de Turken hebben verbonden.
Voor het verzet werd ook ”gebruik gemaakt” van de moeder van God. Op een afbeelding houdt het kindeke Jezus op de arm van Maria een afgehakt hoofd van een Turk in de hand. Dit gold als symbool voor de heilige bijstand tijdens de zeeslag voor Lepanto in 1571, toen de Turkse vloot werd overwonnen. Deze overwinning is overigens te danken aan het strategische genie van de buitenechtelijk geboren Don Juan d’Austria uit Regensburg en betekende het einde van de heerschappij Osmaanse oorlogsvloot in de Middellandse Zee.
Dit gruwelijke beeld zou volgens Spohn bij de bevolking zijn ingeprent om de Turken voor te stellen als ”brutale slachters”. Waarschijnlijk op dezelfde manier hoe bij de West-Duitsers het schijnbaar volledig onrealistische gevaar van het Sovjet-communisme werd ingeprent, zoals linkse 68ers steeds opnieuw beweerden. Welnu, socialisten hebben altijd al de realiteit zo verdraaid tot deze in hun verdraaide linkse wereldbeeld paste.
In dezelfde teneur gaat het verder: Turken zouden i.v.m. de bedreiging van de hele christelijke mensheid zijn ”opgeblazen”. Om daarna extra inkomsten zoals de Turkenbelasting te kunnen heffen, met behulp waarvan o.a. de stadsmuur van Neurenberg werd opgericht. Nadat tot de slag van Wenen de indringers uit Anatolië hoofdzakelijk al ”bloed-Turken” werden omschreven, zouden over hen na de overwinning hoofdzakelijk spottende liedjes zijn geschreven. Maar zelfs in de 18e eeuw zou de kerk nog verder aan het negatieve beeld over de Turken hebben gewerkt, hoewel het gevaar eigenlijk al bezworen zou zijn. Spohn vergeet kennelijk dat het Osmaanse rijk nog steeds expansief was ingesteld, wat ook de belegering van Belgrado in 1739 laat zien.
Maar de linkse raadhuismedewerkster denkt dat de Turken destijds hele nette mensen geweest zouden zijn. Als voorbeeld worden veel ”buit-Turken” genoemd, die op het slagveld gevangengenomen en daarna in Duitsland als werkkrachten ingezet werden. Interessant genoeg lukte destijds de integratie. Hoe? Welnu, men gaf hen Duitse namen en zo muteerde een ”Ibrahim” tot een Johannes Gottlieb Christian” en een ”Mehmet” tot een ”Johann Mahler”. Tegelijkertijd verlangde men van hen de islamitische religie op te geven en de christelijke aan te nemen. Op deze manier werd bijvoorbeeld uit ”Yusuf” de christelijke predikant ”Johann Christian Borg”, die van 1720-1735 in Rüdisbronn werkzaam was.
Dit was in principe de essentiële passage van de voordracht: door het opgeven van hun religie werden de Turken in de 17e en 18e eeuw dus volledig geïntegreerd en waren niet meer als vreemde lichamen in de Duitse samenleving herkenbaar. Wat je allemaal niet uit de geschiedenis kunt leren…
In de voordracht werd typisch genoeg niet genoemd dat de Osmanen gevangengenomen christenen in de slavernij voerden. Ook werd verzwegen dat in het Osmaanse leger ook christenen uit de veroverde gebieden moesten meevechten. Ze droegen een kruis op hun standaards, waar ook het begrip ”kruis-Turken” vandaan komt. Dit past allemaal natuurlijk niet zo goed in hun propagandaveldtocht voor een positief beeld van de Turken.
Nu maakt Dr. Spohn nog een uitstapje naar de wereld van de muziek. De opera van Mozart ”Entführung aus dem Serail” wordt als voorbeeld aangehaald hoe erg Turkse figuren steeds weer werden neergezet. Zo zingt de Turk ”Osmin” onder andere de volgende teksten over hoe hij christenen van plan is te gaan behandelen: ”Je zou die honden moeten verbranden” of ”Eerst onthoofd, dan gehangen, dan gespietst op hete stangen”.
In 1653 werd het boek ”Constantinopel en Jeruzalem” van Salomon Schweigger uitgegeven, waarin hij het woord ”Turk” vertaalde met ”wild, beestachtig, gruwelijke vernietigers”. De reden voor de permanente expansiedrang van de Turken zag hij in de angst voor hun twistzieke vrouwen. Dat veroorzaakte in de zaal natuurlijk grote hilariteit. Wat Spohn verder nog aan informatie verzwijgt: op Schweigger kwam het regiment van de sultans, dat de representanten van de zo hoog boven hen staande machten van het Avondland zo gevoelig vernederde, als een ”gruwelijke tirannie”. Salomon Schweigger kon het voortbestaan van dat regiment in de eerste plaats alleen vanuit een theologisch standpunt uitleggen, dat het door God als een machtige tuchtroede voor de christenheid was opgesteld.
Spohn brengt daarna de vrouw van de Engelse ambassadeur aan het Osmaanse hof in Istanboel, Lady Mary Wortley Montagu, in het spel. Zij schreef tijdens haar verblijf van 1717-1719 een serie brieven, die berichten over haar ondernomen reizen en observaties die ze als vrouw in een islamitisch land deed. Volgens Spohn zou Lady Mary schijnbaar heel geïnteresseerd tegenover de islamitische levenswijze hebben gestaan. Volgens haar was bijvoorbeeld de sluier zeer praktisch, want nu zou de vrouw niet meer door haar man herkend kunnen worden. Daardoor zou ze op straat alle vrijeden hebben om te doen wat ze zou willen. De islam als bevrijder van de vrouw, een groteskere voorstelling kun je je nauwelijks voorstellen. Het is veel eerder aan te nemen, dat deze formuleringen voortkomen uit het Engelse gevoel voor humor.
In de galop door de historie liet men ons ook een stuk uit een artikel van de centrumpoliticus en kerkhistoricus Georg Schreiber met als titel ”Het Turkenmotief en de Duitse volksaard”, dat in 1938 in het ”Jaarboek voor volkskunde” werd gepubliceerd. Daarin zijn de volgende omschrijvingen voor Turken te herkennen: ”Apocalyptische wurgers” en ”hard ingrijpend vreemd volk”.
Als relatief hedendaags boek citeert Spohn ”De verkochte bruiden – Turkse vrouwen tussen Kreuzberg en Anatolië” uit het jaar 1983. Ze wraakt dat daarin zou worden beschreven hoe Turkse vrouwen naar Duitsland zouden worden weggesleept en daar hulpeloos zouden zijn en dat er veel te veel van hen gevraagd zou worden. Zo zou het beeld van de Turkse man van een middeleeuwse slachter veranderd zijn in een macho, die slaat en zijn vrouw onderdrukt.
Discriminerend zouden volgens Spohn ook uitlatingen zijn dat mensen met een Turkse migratieachtergrond in Duitsland het slechtst zouden zijn geïntegreerd. Het beeld van achtergebleven Turken, die geen interesse zouden hebben in onderwijs en integratie, zou zich hebben vastgezet. Een discriminatiestudie zou verder hebben laten zien, dat de Turken vanwege hun religie zouden worden benadeeld. De volgende associatie zou bestaan: ”Turk-moslim-achtergebleven-bedreiging”. De Turk zou zijn huwelijksproblemen oplossen door zijn vrouw naar keuze dood te steken of dood te schieten. De luisteraars weten op dit moment niet goed of ze getroffen moeten zijn of dat ze mogen lachen.
Kennelijk zou het negatieve beeld van de Turken ook nu nog in de hoofden van de mensen zitten, want zelfs een artikel van de Süddeutsche Zeitung betreffende de EU-onderhandelingen over de toetreding van Turkije uit het jaar 2005 liet een illustratie van de Osmaanse aanval op Wenen zien. Met de aanwijzing: ”Oostenrijks oerangst”.
Onze Zwitserse buren zouden net zo ”Turkofoob” zijn. In de discussie over zogenaamde eermoorden bracht de Basler Zeitung in 2004 een illustratie van een moordpartij door het Osmaanse leger. Met als hoofdartikel: ”Ethnisierung durch Gewalt”.
Met het oog op zoveel negatieve ”clichés” wilde de spreekster toch ook nog iets positiefs vertellen. Daarom laat ze een illustratie van de tabaksfabriek Jenidze in Dresden zien, waarin vanaf 1909 ”Salem Aleikum”-sigaretten werden gemaakt en die erg veel doet herinneren aan een moskee.
Tot slot demonstreert Margret Spohn dat veel Duitse begrippen werden overgenomen uit het Turks: ”Mach doch kein Heckmeck” (maak je niet zo druk)bijvoorbeeld stamt uit de 17e eeuw, toen Turkse krijgsgevangenen om brood riepen, dat in het Turks ”ekmek” heet.
Dat was dan de volkspedagogische voordracht. Nu moesten we onze vragen op een briefje schrijven. Meteen ontstond er een discussie over de zin en de onzin van deze maatregel. ”Waarom kunnen we niet openlijk discussiëren? Waartoe dient deze censuur?” We voelden ons als in een vergadering van het SED-politbureau. Een zweem van socialistische meningsdictatuur midden in de hoofdstad van Beieren. De partij heeft altijd gelijk, het volk moet zich stilhouden en het altijd eens zijn met alle voorstellen. Zo ziet dus de steeds opnieuw gepropageerde ”open en kritische dialoog” er uit. Daadwerkelijk was het waarschijnlijk eerder een scene uit Orwell’s 1984.
De iets te vriendelijke vertegenwoordiger van de islamraad verklaarde dat hier helemaal niet aan censuur zou worden gedaan. Men zou alleen ”een keuze uit de vragen willen maken”. In één ding zijn moslims ware meesters: keiharde feiten altijd zo mooi te omschrijven totdat alles niet meer zo erg lijkt dan het werkelijk is…
Lachwekkend de bewering van beide, dat het op deze manier sneller zou gaan en ”irrelevante” vragen tegelijk zouden kunnen worden uitgesorteerd. De tegenwerping dat dit toch ook mondeling zou gaan en dat het toch echt niet nodig zou zijn een klachtenbus te openen, veegden ze van tafel. Dus schreven we onze vragen op en leverden ze in bij de ”censuurautoriteit”. Deze werden eerst doorgelezen en gesorteerd. Vele vragen werden opzij gelegd om niet te beantwoorden, bijvoorbeeld de vraag: ”Wat was eigenlijk het motief voor de Turkse expansiedrang in al die eeuwen?” De islam-beschermingscommissie, bestaande uit een linksmens en een moslim, draaide op volle toeren. De schriftelijk geformuleerde vraag of de aanwezigen wellicht bang zouden zijn voor de open dialoog, werd afgedaan met het argument dat met deze handelwijze zogenaamd goede ervaringen zouden zijn opgedaan. Alleen komisch, omdat men tijdens de laatste bijeenkomst van deze ”islam ontdekken”-serie de vragen nog mondeling kon stellen. Wat betreft het zogenaamde tijdvoordeel: bij één vraag bogen de beide censoren minutenlang over het briefje om het geschrevene te ontcijferen en met elkaar van mening te wisselen of het vanuit hun standpunt gezien geschikt was om beantwoord te worden. Om deze moeizame procedure te verkorten, kwam vanuit onze groep het voorstel om het briefje door de vragensteller zelf op te laten lezen. Ook dat werd afgewezen.
Ook wanneer er uit de rijen van de critici slechts een aanvulling op hun vraag kwam of deze de vraag nader wilden uitleggen, omdat het antwoord een hele eigenaardige kant uit ging, werd deze de kop ingedrukt. Slechts één aanwezige Turk mocht ”aanvullingen” op de uitleg van mevrouw Spohn geven. Menig deelnemer overhandigde zijn bijdrage alleen al uit protest tegen dit lachwekkende optreden op PI-briefjes in, die in de hand van het lid van de moslimraad voor onvrijwillige humor zorgden.
Eén vraag doelde op de opmerkelijke omstandigheid, dat in de 17e eeuw veel Turkse krijgsgevangenen na het opgeven van hun religie perfect in de Duitse samenleving konden worden geïntegreerd. Omgekeerd geredeneerd zou dit immers per slot van rekening betekenen, dat de islam een integratie in de weg staat. Maar dit ontkende mevrouw Spohn. De Turken van de Middeleeuwen zouden zijn geassimileerd, niet alleen maar geïntegreerd. De islam zou daarom niet als oorzaak voor integratieproblemen kunnen worden beschouwd. Een verdere verdieping van dit feit, ook met het oog op de uitspraken van de koran, blokkeerde ze.
Een luisteraar bracht het boek ”De brug over de Drina” van de Servische Nobelprijswinnaar Ivo Andric in het spel, waarin de bloedige geschiedenis van de Turkse bezetting van Bosnië wordt beschreven. Daar komen de Turken ook niet goed weg. Margret Spohn ging überhaupt niet op deze problematiek in, maar week tijdens haar beantwoording uit naar het verhaal van de Nieuw-Zeelanders, die door Britten in de strijd tegen het Osmaanse rijk als kanonnenvoer werden misbruikt. Toen er daarna steeds meer kritische vervolgvragen werden gesteld, brak mevrouw Spohn de bijeenkomst tien minuten voor het officiële einde resoluut af.
Op de vraag waarom we niet verder zouden kunnen discussiëren, temeer omdat het nu pas echt interessant werd en er immers nog tijd genoeg over zou zijn, zei de vertegenwoordiger van de moslimraad dat er een vervolgbijeenkomst in de grote raadszaal zou komen en dat we nu zouden moeten stoppen. Vreemd echter, dat de Turkse community aansluitend nog lang met elkaar stond te discussiëren in de zaal. De zaak was blijkbaar te kritiek geworden voor de links-islamitische alliantie.
Wij hadden genoeg van deze lachwekkende vertoning. Voor ons was het duidelijk, hoe het was gesteld met de vrijheid van meningsuiting en het recht op vrije rede onder rood-groen-islamitische heerschappij. We vroegen ons serieus af of we met het oog op zulke toestanden nog in een vrijer democratie leven. Zelfs het terughalen van onze vragenbriefjes werd ons moeilijk gemaakt. De grijnzer van de moslimraad wilde de briefjes eerst niet teruggeven.
Wij van PI-München gingen aansluitend samen naar de kroeg om onze belevenissen keurig haram bij wijn en bier te bespreken. We waren het er allemaal over eens dat ons verzet tegen de islamisering steeds sterker wordt naarmate deze op een militaristische manier klaarblijkelijk door rood-groen wordt ondersteund.
Bron: http://www.pi-news.net/2009/10/zensur-pur-im-muenchner-rathaus/#more-94483
Auteur: Byzanz
Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron
Reageren kan op: www.pim-fortuyn.nl/pfforum/topic.asp