Het Vrije Volk
Bestaat “Made in Japan” straks nog wel?

CLARK KENT - 07 APRIL 2011


Als gevolg van een dubbele natuurramp is Japan getroffen door een industriële ramp van formaat. Langs de oostkust van Honshu zijn in steden, havens en fabrieken enorme verwoestingen aangericht. Steden waar 1,8 miljoen Japanners woonden en 30% van alle autoproductie ter wereld plaatsvond.

Made in Japan
Lang geleden kwam Japan in de greep van een kwaadaardige ideologie die het land omvormde tot een agressieve, militaristische en imperialistische macht. Na jaren van genadeloze oorlogvoering met brandbommen en zelfs atoomwapens onderging het land de meest weldadige ommekeer van een complete natie in de geschiedenis: Japan werd een liberale democratie naar westers model. Net als in (West-)Duitsland volgde een Wirtschaftswunder en Japan werd een industriële macht van formaat.

Veel Amerikanen waren in de jaren tachtig en negentig zelfs bang om door Japan in de schaduw te worden gesteld. Dit bleek o.a. uit boeken en films als Rising Sun, maar ook uit de Back to the Future-trilogie, waarin Dr. Emmet Brown van Marty McFly te horen kreeg dat in de toekomst al het goede spul uit Japan komt. Voor de consument was de productiviteit en innovatiekracht van de Japanners uiteraard een zegen.

Als gevolg van een dubbele natuurramp heeft Japan als industriële natie echter enorme schade geleden. Kunnen we in de toekomst nog de vruchten plukken van “Made in Japan”?

De echte industriële ramp
Terwijl de media geobsedeerd zijn door de atoomcrisis in Fukushima, ontsnapt de echte ramp aan hun aandacht. In Sendai, met 1,4 miljoen inwoners, en acht kleinere Japanse steden met nog eens 600.000 inwoners zijn grote verwoestingen aangericht door de aardbeving en de daarop volgende tsunami. In al deze steden vonden belangrijke industriële activiteiten plaats. 30% Van de wereldwijde autoproductie is afhankelijk van toeleveringsbedrijven uit dit gebied.

Toyota, Nissan, Honda en Suzuki hebben hun automobielproductie fors moeten inperken. Vanwege de ‘globalisering’ zijn ook andere, niet-Japanse fabrikanten getroffen door de productie-uitval in Japan. Ook andere fabrieken hebben de productie terug moeten schroeven.

Niet alleen de auto-industrie
Vanwege stroomuitval in het noorden van Honshu hebben zinkfabrikanten hun zinksmelterijen stil moeten leggen. Hierdoor is de zinkproductie in Japan met 60% gedaald. De toevoer naar minstens een derde van de havens op Japans belangrijkste eiland is onderbroken en verscheidene grote havens worden uitsluitend gebruikt voor de aanvoer van noodgoederen. De normaal zo overvloedige im- en export van goederen zal de komende maanden flink worden belemmerd.

Olie, gas en graan
De grootste aanvoerhavens voor ruwe olie en LNG (vloeibaar gas) in Chiba en Shinminato zijn zwaar beschadigd. De containerhavens in Kashima, Hachinohe, Sendai, Ishinomaki en Onahama liggen tijdelijk stil. Hierdoor kunnen productielijnen bij Hitachi en Daikin niet draaien. De export van industriële producten, suiker, papier en houtproducten is belemmerd en de import van graan in de havens van Shiogama, Tomakomai, Kamaishi, Ishinomaki en Kashima via Panamax bulkcarriers is momenteel niet mogelijk.

Er wordt hard gewerkt om ankerplaatsen vrij te maken en wegen en spoorlijnen vrij te maken van puin en de havens in het noordoosten van Honshu weer in bedrijf te stellen. Voorlopig kunnen alleen schepen met noodgoederen aanleggen in Sendai, terwijl in Sendai-Shiogama en Hachinohe benzine, kerosine, diesel en propaan worden aangevoerd.

Een strategisch luchtbombardement in het klein
In de eerste week na de tsunami, kostte het gebrek aan havencapaciteit $ 3,4 miljard per dag. Volgens de Japanse regering kunnen de verliezen als gevolg van de aardbeving en de tsunami oplopen tot $ 309 miljard. Meer dan 80% van de verliezen wordt veroorzaakt door uitgevallen productie tegenover hooguit 20% wegens verloren gegane vaste activa.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de lente van 1944, vernam de Amerikaanse generaal Spaatz dat dankzij de strategische luchtbombardementen op Duitse olieraffinaderijen en de infrastructuur (spoorwegemplacementen, bruggen, onderhoudswerkplaatsen voor locomotieven) de Achtste Luchtmacht breuken in de keten van arbeidsdeling in de Duitse economie deed ontstaan. In de herfst van 1944, toen de campagne echt goed op gang kwam, begon de Duitse oorlogseconomie in te storten. Onderdelen voor industriële goederen lagen onbenut in goederenwagons op rangeersporen in plaats van gemonteerd te zijn in werkende vrachtwagens en tanks. Kolen voor elektriciteitscentrales lagen onbenut bij mijnen en het wegtransport kwam krakend tot stilstand. De Luftwaffe was vleugellam wegens gebrek aan brandstof. Ook het Ardennenoffensief mocht niet meer baten.

In Japan is de verwoesting nu gelukkig minder groot dan in Duitsland na de oorlog. Maar de tsunami duurde slechts 30 minuten, de luchtbombardementen vele maanden. In Sendai en langs de hele oostkust van Honshu zijn onderdelenfabrieken, havens, spoorlijnen, wegen en delen van het elektriciteitsnet verwoest.

De ware industriële ramp
In onze moderne, mondiale economie, waar economische principes als arbeidsdeling en het comparatieve voordeel in hoge mate worden benut, heeft dat wereldwijd gevolgen. Honderden miljarden door productie-uitval. Dát is de echte industriële ramp.

Daarmee is niet gezegd dat 'Fukushima' niets voorstelt. Tussen een kernramp en ‘niets aan de hand’ bestaat ook nog zoiets als een atoomcrisis. Deze crisis zal weinig mensenlevens eisen. Extra kankergevallen als gevolg van radiologische vervuiling zullen statistisch waarschijnlijk niet eens aantoonbaar zijn.

De gedeeltelijke meltdowns in drie reactoren, de waterstofexplosies en beschadigde koelbassins voor opgebruikte splijtstof betekenen echter wel dat minstens vier reactoren moeten worden afgeschreven (een reactor zou overigens onlangs sowieso buiten bedrijf zijn gesteld). Daar komen eventuele kosten voor decontaminatie van de veiligheidszone rond Fukushima nog bij.

Dit alles is weliswaar een kapitale ramp die TEPCO vele miljarden zal gaan kosten, maar verzekeraars zijn vanwege de aardbeving en tsunami alleen al aan verwoeste huizen, fabrieken en vaste activa een veelvoud daarvan kwijt. De grootste schadepost voor Japan vormt echter de weggevallen industriële productie. Dat gaat minstens twee- tot driehonderd miljard dollar kosten. (Bijna) twee ordes van grootte meer dan 'Fukushima'. Het dodental als gevolg van de aardbeving en de tsunami wordt nu geschat op 25.000, waarvan 12.500 al bevestigd zijn.

De comeback van “Made in Japan”
De titel van dit artikel is natuurlijk een tikje gedramatiseerd. Ik ga ervan uit dat ook nu weer Japan erin zal slagen zich te herstellen van de omvangrijke schade die is aangericht door de allesbehalve harmonieuze natuur.

Binnenkort zal ik nog uitgebreid stilstaan bij 'Fukushima'.