Het Vrije Volk
Het boek wordt gelezen maar niet besproken

HANS BESSELING - 30 OKTOBER 2010


Maar net als in 1939 zal de goegemeente liever de boodschapper negeren dan de moed hebben zijn boodschap ter harte te nemen.

                  Onze gemeenschappelijke bewondering voor het profetische boek van Jacques de Kadt, ‘Fascisme en de nieuwe vrijheid’, uit 1939 maakte dat ik met grote nieuwsgierigheid het boek van Martin Bosma, ‘De schijnelite van de valse munters’, ter hand heb genomen. De term ‘schijnelite’ en de karakterisering ‘valse munters’ verklaart Bosma te hebben ontleend aan dat boek van Jacques de Kadt (nee, hij heeft die titel niet gestolen van Jacques de Kadt, zoals één van de vele babyboomers, gevormd in de illusionistische zestiger jaren, suggereerde om van het boek af te kunnen komen, zonder enige reactie op de inhoud te geven). Met deze titel duidt Bosma aan dat hij het zal hebben over al die bestuurders en opinievormers, die hun ideeën hebben ontleend aan de naïeve schijnwaarden uit de zestiger jaren: democratisering, spreiding van kennis en macht, ongeacht aanleg en persoonlijke inzet (die voor het gemak voor alle mensen maar gelijk werden ingeschat). Inmiddels hebben die luidruchtige idealisten uit de zestiger jaren zich ontpopt als de hoofdrolspelers in een netwerk, dat de macht heeft veroverd en waarin door de belastingbetalers gefinancierde functies onder elkaar worden verdeeld met de erbij bedachte excessief hoge salarissen. De termen schijnelite en valse munters, geïntroduceerd in het fameuze boek van Jacques de Kadt, zijn door Bosma heel passend aan de vergetelheid ontrukt.

Het boek van Bosma wordt gelezen, te oordelen naar het aantal terloopse verwijzingen naar zijn uitspraken. Gezien de ondubbelzinnige, goed gefundeerde aanval in het boek op vrijwel het gehele journaille van dit land en zijn doorwrochte documentatie van de volledige mislukking (om met de premier Angela Merkel van Duitsland te spreken) van de multiculturele samenleving, zou je tenminste enig weerwoord van de voor deze mislukking verantwoordelijke bestuurders en opinieleiders mogen verwachten, om maar niet te spreken van hun landverraderlijke aanmoediging van immigratie, waarvan het ontstaan en de ontsporing haarfijn door Bosma worden geanalyseerd. Bosma wordt op 29 oktober uitgenodigd bij P & W. Wie zou denken dat de inhoud van zijn boek zou worden besproken is naïef. Hij mag even uitleggen wat het islamitisch concept ‘takkiya’ betekent, maar geschrokken van zijn gedetailleerde kennis van dit eeuwenoude begrip gaan de interviewers maar gauw over naar de bezwaren, die hij had geuit tegen de islamisering met kinderprogramma’s op de TV. Terecht onderstreept hij dat de islam voor onze Nederlandse cultuur niet op één lijn is te plaatsen met het christendom (al zijn de waarden en normen afkomstig uit het christendom nu voor de meeste Nederlanders niet meer verbonden met de religie, zou ik er aan willen toevoegen). Veel tijd willen de interviewers echter niet aan hem en zijn boek besteden. Er zijn voor hen belangrijker gasten.

Maar het antwoord op het boek van Bosma van VVD, CDA, Groen Links, D66, SP werd met een motie op 28 oktober in de Tweede Kamer gegeven. Het tegengaan van de islamisering van Nederland is geen doelstelling van het regeringsbeleid!  Slechts de PVV end SGP stemden tegen. Wat dacht minister Henk Kamp, destijds auteur van die moedige islamnota van 30 september 2008? Voor de zekerheid zoeken we nog even de definitie van islamisering op: islamisering of islamificatie is het proces van de omvorming van een samenleving naar de islamitische religie, cultuur en wetgeving. Zouden al die parlementsleden van genoemde partijen dat boek van Bosma hebben gelezen? Ik vrees dat velen van hen, net als die 1/3 van de CDA leden op hun congres, op het standpunt staan: zulke boeken lees je toch niet (net als www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=11333 ). Toch zou het hen, denk ik net zo vergaan als Paul Scheffer, die in zijn boek ‘Het land van aankomst’ schrijft:

Weer een andere dag ben ik in een buitenwijk van Lelystad (waar Hans Gruijters van D66 als burgermeester de noodklok luidde wegens het overschrijden van de opnamecapaciteit voor immigranten) bij een islamitisch rouwritueel aanwezig. Ik zit op een bank in de huiskamer, terwijl op het tapijt voor me een paar mannen vurig in de richting van Mekka bidden. Hun voorhoofden raken bijna mijn schoenpunten. Ik knik bemoedigend (??) naar de Libanese imam die het zesenvijftigste vers uit de Koran voorleest, waarin het gaat over het laatste oordeel en hoe de ongelovigen zullen drinken van het hellekooksel. Voor iemand, die geen gelovige moslim is een wat ongemakkelijk gevoel.

Het is dus de hoogste tijd dat die parlementsleden kennis nemen van de inhoud van de islam en zich gaan afvragen of  ze na het lezen van Bosma’s boek wel een weerwoord hebben. Is er sprake van een positieve bijdrage van de islam aan de evolutie van onze beschaving?  Bosma vermeldt hoe senator Schuurman van de CU pleit voor een ‘moreel en cultureel pact’ tussen islam en christendom, omdat er veel overeenstemming bestaat tussen de islamitische en christelijke kritiek op de ‘uitwassen’ van de moderne cultuur, zoals ‘leeg materialisme’ en de overheersende rol van het ‘technische denken’. De leiding van de Protestantse Kerk in Nederland laat in de weken na de moord op Theo van Gogh weten, dat zij juist willen onderstrepen haar ‘herkenning’, ‘verbondenheid’ en ‘solidariteit’ met de moslimgemeenschap ‘die leeft in ontzag voor God’. Maar zijn er naast al die grote westerse denkers en filosofen, door Bosma met bronvermelding genoemd, die geen goed woord over hebben voor de islam als godsdienst, zijn er niet ook grote denkers en filosofen, die de islam hebben geprezen? En dan reken ik Karen Armstrong of Tariq Ramadan niet tot de grote denkers. Uit een interview met Karen Armstrong: “Het doet me denken aan Duitsland in de jaren dertig. Hitler kon toen met de joden doen wat hij deed omdat er in Duitsland al jarenlang vooroordelen over joden gecultiveerd werden. Het is spijtig dat we daar geen lessen uit trekken. Want ik ben bang dat de concentratiekampen van de jaren dertig zich kunnen herhalen als we zo doorgaan met het blameren van moslims.” (www.hetvrijevolk.com/index.php?pagina=2776 ) Dit lezende wrijf je je ogen uit. Een verderfelijke ideologie, gebruik makend van een op een fictief rassenonderscheid berustend vijandsbeeld in de vorm van een, in een samenzwering met het democratische Amerika heulende joodse minderheid, wordt op één lijn gesteld met de verdediging van Westerse humanitaire waarden en normen tegen een oprukkende, volstrekt intolerante islam, die zich nota bene van hetzelfde vijandsbeeld bedient als het nazisme van Hitler. En dan Tariq Ramadan met zijn Januskop, die zijn betogen aanpast aan zijn publiek! Zelfs de naïeve personen uit die schijnelite, waar Bosma het over heeft, kregen door dat hen een oor was aangenaaid met het aantrekken van deze onbetrouwbare figuur voor het vervullen van een brugfunctie in onze maatschappij. Aan zijn geschriften zal in de ontwikkeling van de beschaving niet worden gerefereerd.

Maar wat moet je als moslim of moslima, als je religie je vertelt dat alles al in het heilige boek, de Koran, staat en jouw bijdrage per definitie van nul en generlei waarde zal zijn. Is het dan zo vreemd dat islamitische landen voor het gebruik maken van de verworvenheden van wetenschap en techniek aangewezen zijn op import uit niet-islamitische landen?  En wanneer begon de Arabische bevolking in het Midden-Oosten een groot geboorteoverschot te vertonen? Dat was toen de kindersterfte spectaculair terugliep door de komst van de moderne geneeskunde, niet in de laatste plaats met de trek van de joden naar het beloofde land. Daar kunnen de bewoners van de Westbank en Gaza van meepraten.

Onze nieuwe regering meent zich in Eurabia te moeten aansluiten bij die nitwits, die vinden dat de islamisering van Nederland niet mag worden tegengewerkt. Maar Gerrit Komrij schrijft al in 1983 in Dit helse moeras: ‘De Turken zullen ditmaal niet voor Wenen blijven staan. De westerse wereld zal als een rijpe vrucht in de schoot van het mohammedanisme vallen’. Het boek van Bosma wemelt van zulk soort uitspraken van de echte denkers in onze westerse samenleving. Zijn boek is een aanklacht, zo duidelijk samengevat aan het eind. In zijn woorden een aanklacht:

--Tegen hen die de miljardenschade van de massa-immigratie proberen goed te praten door te wijzen op een nog nooit waargenomen culturele verrijking;

--Tegen hen die hun eigen vermeende ‘vrijzinnigheid’ aangrijpen om een middeleeuwse woestijnideologie te faciliteren;

--Tegen hen die onder de vlag van multiculturalisme een intolerante cultuur binnenhalen die zorgt voor monoculturele enclaves;

--Tegen hen die het woord ‘moderniteit’ gebruiken als dekmantel voor het verwelkomen van een ideologie die veertien eeuwen geleden voor het laatst modern was;

--Tegen hen die zich graag als kosmopolitisch positioneren, maar juist zeer provinciaal waarnemen en nooit kijken wat de moslimimmigratie voor gevolgen heeft in Londen, Parijs, Malmö, Berlijn of Cyprus, Kasjmir, Libanon, Israël, et cetera;

--Tegen hen die eerst tolerant waren tegenover het communisme en nu tegenover de islam;

--Tegen hen die vrijheidslievende mensen die zich verzetten tegen de islamisering en opkomen voor vrouwenrechten en homorechten brandmerken als ‘rechtsextremisten’.

Eén van de columnisten maakt melding van het verschijnen van het boek, weer zonder op de inhoud in te gaan, laat staan tegenover de boodschap van Bosma een eigen boodschap te stellen, met de kop: ‘Bosma is Jacques de Kadt niet’. Als deze columnist bedoelde te zeggen dat de toekomst Bosma niet, zoals bij Jacques de Kadt met zijn boek uit 1939 het geval is geweest, in vrijwel alles gelijk zal geven, dan zal er toch een duidelijke breuk in de voor iedereen waar te nemen ontwikkelingen in Europa moeten plaatsvinden. Maar net als in 1939 zal de goegemeente liever de boodschapper negeren dan de moed hebben zijn boodschap ter harte te nemen.