Islam en islamisme (deel 2)
E.J. BRON - 18 JANUARI 2009
Vooroordelen en clichés bepalen de debatten over de islam en het islamisme. Terwijl het islamisme wordt afgekeurd, verheugt de islam zich in een groeiend enthousiasme van politici en media. Maar waar begint het islamisme en waar eindigt de islam? Zijn deze begrippen überhaupt duidelijk van elkaar te scheiden? Een differentiatie.
Definities van het zogenaamde islamisme bestaan er genoeg (bijvoorbeeld in Wikipedia). Islamitisch terrorisme wordt meestal toegeschreven aan het zogenaamde islamisme. In tegenstelling tot de islam wordt het islamisme in het westen bijna zonder uitzondering afgekeurd, omdat het met geweld, vooral met terrorisme, wordt geassocieerd. Het islamisme wordt gedefinieerd als een politieke beweging, die de islam voor haar doelen misbruikt.
Wat de islam van andere religies onderscheidt
De islam daarentegen wordt als religie beschreven, waarbij het westerse geloofsbegrip willekeurig wordt overgedragen op de islam, zonder ook maar in aanzet rekening te houden met de elementaire verschillen van de islam in vergelijking tot andere religies. Dit zijn de politieke aanspraak op de macht, de hierbij behorende rechtspraak, die op unieke wijze religie en justitie heeft samengesmolten, evenals het centrale voorbeeld voor de islamitische samenleving in de vorm van de profeet Mohammed. Deze was geen pacifistische religieuze verkondiger zoals Jezus of Boeddha, maar regent van een staat. Hij voerde aanvalsoorlogen, hij liet karavanen beroven, hij gaf opdracht tot aanslagen op critici, hij hield slaven en hij fungeerde als rechter.
De rol van de profeet
Reeds bij de centrale vaste contactpersoon in de islam, de profeet, wordt duidelijk dat de poging islam en islamisme problematisch is. Want de profeet gaf opdracht tot aanslagen op critici, vocht met meedogenloos geweld tegen joden die zich niet wilden onderwerpen aan zijn islamitisch heerschappijsysteem en liet de heilige plaatsen van anders gelovigen allemaal vernietigen. De profeet geldt in de soennitische en sjiietische wereld van de islam als voorbeeld, als mens die absoluut zonder fouten en onberispelijk heeft geleefd.
Islamisten kunnen zich beroepen op de profeet, omdat deze in principe niet anders heeft gehandeld dan de huidige islamisten. De gelijkstelling in de islamitische wereld van geweld met islamisme verzwijgt tegelijk de slachtoffers van de islam en de door deze geïnspireerde normen van alledag en rechtsgevolgen. In werkelijkheid is het aantal slachtoffers door islamitisch geïnspireerd geweld binnen de islamitische samenlevingen veel hoger dan het aantal dat men gewoonlijk aan het islamisme toeschrijft:
· Er zijn veel minder slachtoffers van islamisme dan van slachtoffers in het alledaagse islamitische leven
· Slachtoffers van eermoorden, die een bestraffende en disciplinerende functie bezitten, zijn in de islamitische wereld wijd verspreid en heel gewoon (de VN schat het aantal slachtoffers op 5000 jaarlijks plus een behoorlijk niet officieel geregistreerd aantal)
· Slachtoffers van het mensenrechtenvijandige islamitische rechtswezen, de sharia
· Gedwongen huwelijken, afgeleid van en geïnspireerd op de Koran.
Hierbij komt de algemene onderdrukking van de mensenrechten door allerlei islamitische gedragsnormen:
· Psychologisch beoogde inboezeming van angst (afstraffing in het hiernamaals voor zogenaamde zonden)
· Aanpassingsdruk door de islamitisch gesocialiseerde omgeving volgens islamitische fatsoensrichtlijnen
· Willekeurige, op afgrenzing doelende voorschriften met betrekking tot kleding, voeding, sociale contacten
· Huwelijksverbod van islamitische vrouwen met ”ongelovigen”, enz.
De afgrenzing van het islamisme van de islam is een constructie om de islam te ontlasten van de beschuldiging van geweld. Zelfs de Turkse minister-president Erdogan zegt dat er slechts één islam bestaat:
”Er bestaat geen gematigde of niet-gematigde islam. Islam is islam en daarmee is alles gezegd”
De door het westen uitgevonden differentiatie tussen islam en islamisme is politiek gewild en het gevolg van de grote afhankelijkheid van olie producerende landen en hun financiële macht. Tegelijkertijd is de massa-immigratie van moslims politiek gewenst, en die is alleen door te drukken als de islam door de westerse bevolkingen wordt geaccepteerd. Daarom wordt geprobeerd om al die elementen in de islam die volgens de westerse wereldvoorstellingen als onverenigbaar worden gezien, te bagatelliseren of te verbergen.
De maatstaf ”mensenrechten” wordt gemeden om de islam te beoordelen. In plaats daarvan reduceert men de negatieve aspecten (volgens de maatstaf van de mensenrechten) tot de terreur van het islamisme. Deze indeling is weliswaar politiek nuttig, maar vanuit het standpunt van mensenrechten gezien bedenkelijk.
Het islamitische (on)recht en de grondgedachte van de jihad om de islam door te zetten door middel van geweld en/of repressieve normering van het dagelijks leven zijn vanaf het begin bestanddeel van de islamitische cultuur. Hiervan zijn mensenrechtenvijandige stromingen binnen de islam af te leiden:
- Radicale traditionalistische bewegingen zoals de Taliban en haar bondgenoten in Pakistan alsmede de wahabitische oppositie in Saoedie-Arabië.
- Conservatieve hervormingsbewegingen, die of apolitiek zijn georganiseerd zoals de indo- Pakistaanse missiebeweging of bondgenootschappen sluiten met conservatieve politieke krachten zoals Nurcus in Turkije.
- Conservatieve geleerden in de religieuze onderwijsinstellingen van de staat, die, ook al zijn ze het in verschillende kwesties eens met de islamisten, het politieke heerschappijsysteem niet betwisten.
- Pogingen om door de presentatie in overeenkomstige terminologie socialistische politiek als ”linkse” islam te verkopen.
Het zal van de ontwikkeling in Turkije afhangen of er aan deze lijst in de nabije toekomst een vijfde rubriek moet worden toegevoegd: een politiek actieve conservatieve islam, die zich integreert in het parlementaire systeem.
Al deze stromingen verkrijgen inspiratie en legitimatie door de wetten en religieuze geschriften van de islam. Men kan ze niet scheiden van de islam als religie, omdat ze alleen proberen de inhouden van de islamitische leer praktisch om te zetten.
Toen de Saoedische koning korte tijd geleden op staatsbezoek in Duitsland was, werd hij niet lastig gevallen met verwijzingen naar de bedenkelijke situatie van de mensenrechten in zijn land. Geheel anders dan bijvoorbeeld Chinese politici kunnen islamitische regenten er zeker van zijn dat ze niet worden aangesproken op dit thema – waaruit de uitermate positieve principiële houding van politici en media ten opzichte van de islam blijkt.
Integendeel: de acceptatie van het islamitische onrecht neemt gestaag toe en geldt volgens de norm van de culturele wereldopenheid en een verhuld ”antiracisme” zelfs als bewijs van bijzondere progressiviteit. Dientengevolge willen steeds meer mensen in het westen voor zichzelf en voor anderen dusdanig positief aan het daglicht treden en ondersteunen zelfs fundamentalistische elementen van de islam zoals de ongelijkheid van geslacht en de polygamie.
Hieruit blijkt reeds het niet openlijk toegegeven besef dat de islam in het westen volledig als politiek-juridische ideologie wordt opgevat, waaraan men zich aanpast zodra ergens ook maar het potentieel van een confrontatie bestaat.
Moslims – islam – islamisme
Westerse islamlobbyisten proberen constant de individuele moslim als aan de islam identiek neer te zetten en om islamkritiek en solidariteit met slachtoffers van islamitisch onrecht als ”racistisch” neer te zetten. Dus persoonsgebonden en niet zakelijk respectievelijk ideologisch gebonden. Een even bewuste als doelmatige belastering met het doel om personen die de mensenrechten willen bewaren door intimidatie monddood te maken.
Moslims mag men daarentegen niet gelijkstellen met de islam, zoals de islamlobbyisten dit op onredelijke manier constant doen. Hier is het zaak, wat bijna nauwelijks gebeurt, om te differentiëren. Moslims zijn zowel slachtoffer van de islamitische ideologie, die hen van hun meest elementaire rechten berooft door indoctrinatie en onrecht, alsmede daders, wanneer ze de islamitische normen en wetten omzetten. Als men naar de in de islamitische socialisatie geboren mensen kijkt, dan moet men altijd naar het gedrag van de enkeling kijken en dit beoordelen volgens de maatstaf van de mensenrechten. Men moet dus differentiëren bij de islamkritiek of zij zich vanuit humanitair verlangen tegen dragers van de islamitische ideologie richt of dat zij zich solidair verklaart met de slachtoffers van deze ideologie. Beide zijn gerechtvaardigd. Niet gerechtvaardigd echter is een algemene idealisering van de islam op grond van zijn ideologisch-politiek-juridische concept en het verbloemen ervan onder het voorwendsel dat het gaat om het aanzien en het welzijn van de individuele moslim.
Wie zich wat gelegen laat liggen aan het welzijn van de mens, die kan alleen dan nog een lobbyist van de islam zijn wanneer hem de van de islam uitgaande schendingen van mensenrechten niet interesseren of worden genegeerd.
E.J. Bron