Het Vrije Volk
Komt Khadaffi dan toch ten val?

CLARK KENT - 21 JUNI 2011


Het NAVO-optreden in Libië was tot dusver niet indrukwekkend. Het duurde twee maanden eer de coalitie haar strijdkrachten eindelijk fatsoenlijk wist te coördineren en doorkreeg hoe je doelwitten voor de luchtoorlog uit moest kiezen. Maar goed dat de Russen nooit zijn binnengevallen.

De bedoeling van de NAVO-steun aan de Libische rebellen was het geven van een duidelijk signaal aan dictators in het Midden-Oosten: je hebt er niets aan als je je eigen volk afslacht. Je blijft niet langer aan de macht en je komt er zeker niet mee weg!

Jammer genoeg zit Khadaffi er nog steeds en hebben de luchtaanvallen in Libië ook geleid tot slachtoffers onder de rebellen. Volgens Eric Schmitt van de New York Times, had het bondgenootschap twee maanden nodig voordat zij haar strijdkrachten eindelijk fatsoenlijk wist te coördineren en doorkreeg hoe je doelwitten voor de luchtoorlog uit moest kiezen.

Eind mei, drie maanden na aanvang van het conflict, kampte het machtige bondgenootschap, dat ooit de Russen buiten de deur moest houden, nog met tekorten aan verkenningsvliegtuigen voor het identificeren van doelwitten en tankvliegtuigen die jachtbommenwerpers in staat stellen om langere missies uit te voeren.

Zonder grondtroepen is het ook niet altijd even makkelijk om de steeds verschuivende frontlinies in steden als Misurata nauwkeurig te lokaliseren. Wel komt er informatie binnen van CIA-medewerkers en commando’s die met de rebellen samenwerken. De NAVO-planners hebben naar eigen zeggen echter geen direct contact met mensen op de grond.

In plaats daarvan vertrouwen zij op informatie die is verzameld door drones, spionagevliegtuigen en satellieten, maar ook berichtgeving in de media.

Hulp voor al Qaeda?
Al bij aanvang van de NAVO-missie in Libië waren er bezorgde geluiden dat de rebellen voornamelijk uit leden van al Qaeda zouden bestaan. Ook op HVV, met name in “bij de buren”. De kern van waarheid in deze geruchten is de betrokkenheid van strijders uit Darna in Oost-Libië, die banden met al Qaeda hebben. Al snel leidde dit tot geruchten dat al Qaeda aan het hoofd van de Libische opstand zou staan. De strijders die banden met al Qaeda hebben houden zich echter op de vlakte en hebben zich moeten onderwerpen aan het gezag van lokale burgerlijke autoriteiten.

Interessant is de opmerking van een van de al Qaedastrijders: "No Islamist revolution has ever succeeded. Only when the whole population was included did we succeed, and that means a more inclusive ideology." Voorlopig is hun positie in Libië te zwak en zien ze zich genoodzaakt een toontje lager te zingen.

Een zootje ongeregeld
Voorlopig lijkt niemand echt aan het hoofd van de rebellen te staan. Ook op lager niveau ontbreekt het aan organisatie, wapens, training en tactisch inzicht. De rebellen bestaan hoofdzakelijk uit ongetrainde, slecht bewapende burgers. Volgens C.J. Chivers, voormalig marinier en buitenlandcorrespondent van de New York Times, mag je de rebellenstrijdkrachten geen leger noemen.

Op zijn blog noemt Chivers de Libische opstand een Mad Max-film.

 Onduidelijke missie zonder leiding
Het optreden van Obama zelf was ook niet indrukwekkend. Hij koos ervoor om het werk over te laten aan de Europese Navopartners, die echter minder goed toegerust zijn voor een effectieve luchtoorlog. Obama had ook geen idee wat hij precies wilde bereiken in Libië en koos voor leading from behind. Hij maakte zijn eigen rol zo klein, dat hij het zelfs niet nodig vond om toestemming te vragen aan het Congres voor het voeren van deze oorlog.

De grootste fout was echter de keuze voor een humanitaire missie: het beschermen van de burgerbevolking als verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap. Wie al een tijdje meeloopt in de internationale politiek, weet dat zulke vrome doelen in combinatie met de internationale gemeenschap als verantwoordelijke alleen maar leiden tot onduidelijkheid over het doel van de missie en het afschuiven van verantwoordelijkheden, want de internationale gemeenschap dat zijn we allemaal, maar niemand in het bijzonder.

Regime change
Net als ten tijde van de oorlog in Irak, toen het daar nog slecht ging en Bush leek af te stevenen op een nederlaag, kwamen John McCain en Joe Lieberman met een voorstel om de oorlog in Libië alsnog te winnen. Kies een duidelijk doel: regime change, het verjagen van Khadaffi dus, en zet de daartoe benodigde middelen in.  Per slot van rekening is dat waar je met de luchtaanvallen op Khadaffi’s troepen toch al op uit bent.

Naast luchtaanvallen betekent dat materiële steun voor de grondtroepen van de rebellen. Wapens, training, logistieke steun en inlichtingen over troepenbewegingen van Khadaffi’s leger. McCain en Lieberman vullen hier eigenlijk het leiderschapsvacuüm op dat Obama laat vallen.

Eerste succesen voor rebellen
Inmiddels zijn we weer een paar weken verder en de rebellen lijken beter te worden. De communicatie is verbeterd en zij coördineren hun aanvallen nu op drie fronten. De rebellen in Misurata zijn beter georganiseerd en als militairen bekwamer dan hun medestrijders in Oost-Libië en hebben het beleg van de stad weten te breken en trekken nu op naar het stadje Zlitan dat strategisch van cruciaal belang is, en vanuit het Nafusah-gebergte naar Zawiyah bij Tripoli.

Nu de rebellen vanuit Misurata - tergend langzaam - naar Tripoli optrekken kan Khadaffi niet beweren dat het slechts om een burgeroorlog tussen het westen en oosten gaat. Khadaffi heeft weten vast te houden aan de macht, omdat hij nog steeds de hoofdstad in handen heeft. Als ook daar opstanden uitbreken, kan Khadaffi weleens snel ex-dictator zijn.

In 1999 intervenieerde de NAVO d.m.v. bombardementen in de Kosovo-oorlog. De luchtaanvallen konden niet voorkomen dat veel burgers werden verdreven of zelf elders een goed heenkomen zochten. De kritiek was dat luchtaanvallen zonder adequate steun van grondtroepen ontoereikend waren om het gewenste doel te bereiken. Uiteindelijk trokken de Servische troepen zich toch terug uit Kosovo en ging Milosevic akkoord met een internationaal vredesplan. Het duurde lang, maar uiteindelijk werkte het wel. Al vragen velen zich nu wel af of we er toen goed aan hebben gedaan om in te grijpen, waarschijnlijk niet zonder reden.

Oorlog wegens westerse belangen?
Ook Khadaffi zal het waarschijnlijk toch moeten afleggen tegen de rebellen en de NAVO-bombardementen. Welke belangen in Libië op het spel staan is voor velen echter niet geheel duidelijk. Al herinnert het blog van meervrijheid.nl ons aan plannen van Khadaffi uit 2006 voor het nationaliseren van de olie-industrie. Het commentaar is bedoeld als verwijt aan het Westen, al is nationalisatie ordinaire diefstal.

Het Westen heeft echter vaker dadenloos toegekeken terwijl dictators hele industrieën nationaliseerden en er is olie en gas zat dichter bij huis. Een snelle overwinning op Khadaffi met effectieve steun van de NAVO die de doorslag geeft, waardoor Amerika spierballen kan tonen, zoals hierboven bepleit door John McCain en Joe Lieberman, zou geopolitiek in het belang van het Westen kunnen zijn. Maar deze halfhartige, 'humanitaire' oorlog is ingegeven door altruïsme en de zwakke uitvoering moet uitstralen dat Amerika zich bescheiden toont op het geopolitieke toneel. Precies wat de linkse kliek rond Obama graag ziet. Dát is de ware schande van deze oorlog.

In Syrië worden ook burgers afgeslacht en staan zonder meer grote belangen op het spel. Een val van het Assad-regime zou geopolitiek zeer gunstig zijn voor het Westen en nadelig voor Iran en Hezbollah. Toch grijpt men hier niet in, omdat de risico’s veel groter zijn. Syrië heeft goede banden met Iran. Een westerse interventie in Syrië kan leiden tot een confrontatie met Teheran en terreuraanslagen van Hezbollah op doelen in Israël.

Khadaffi heeft de pech dat hij weinig machtige vrienden heeft, maar wel veel vijanden. En zijn leger is zo zwak dat het uiteindelijk ook van een zootje ongeregeld met NAVO-luchtsteun zal verliezen. Zelfs als die luchtsteun komt van NAVO-lidstaten die liever op defensie bezuinigen om de verzorgingsstaat een tijdje langer in leven te houden en zelf achter de brede rug van Amerika schuilen.