Het Vrije Volk
Klimaatzwendel is Economiezwendel

D. FENDER - 15 DECEMBER 2009


Dat de klimaatzwendel ook een economiezwendel is, wordt al dan niet bewust door poltici opzij geschoven. Lees verder…..

Inflatierisico door verdwijnen goederenproductie.
Nederland produceert steeds minder goederen, en haar afhankelijkheid van goedkope import vormt een hoog inflatierisico. Het is evident, dat bij een grotere en kapitaalkrachtiger binnenlandse markt in China en India, dat gevolgen heeft voor hun loonbeleid, wat hogere lonen en aanpassing aan de Euro- en Dollarvaluta tot gevolg zal hebben. En daardoor hogere importkosten voor Nederland. Nederland produceert geen locs meer, geen schepen, onderbroeken, schoenen, strijkijzers of flatscreens. De huidige regering ontwijkt bewust dit zwaard van Damocles, dat waarschijnlijk binnen een periode van 5-10 voor een enorme inflatie zal zorgen.

De schone schijn van een laag inflatiepercentage 
Dat lage percentage is namelijk geen verdienste van een sterk economisch beleid, maar van deze gigantische import uit lage lonen landen. Dat verklaart het onnozele gehos van Willem Alexander in Beijing of letterlijk honderden meters van Chinese detentiecentra, en het angstvallig ontwijken van de mensenrechtenproblemen aldaar door Balkenende. Onnozelheid en lafheid als katalysoren voor een laag inflatiepercentage

Kenniseconomie
Productietechnisch heeft Nederland geen antwoord op de onstuimige productiedrang van China. Den Haag kwaakt over het stimuleren van ‘kenniseconomie’, maar realiseert zich niet dat in China alleen al jaarlijks tienduizenden universitaire techneuten meer opgeleid worden boven de paar duizend in Europa. Het ontbreekt Nederland, en in mindere mate landen als Duitsland en Frankrijk, alhoewel deze laatste veel meer investeren in hun bestaande industrieën, aan daadwerkelijk economisch beleid. Dan wordt de vraag hoe de economie draaiend te houden. Links Nederland heeft daar een links antwoord op.

De aai-elkaar-over-de-bol economie en de klimaatzwendel.
Het is inderdaad mogelijk door middel van wederzijdse dienstverlening de economie tijdelijk (!) in stand te houden. Diensten circuleren en men beloont elkaar, maar vroeg of laat eet de slang haar eigen staart op. Nog schrijnender vindt dit plaats door de klimaathype als economische katalysator te gebruiken. Voorbeeld: In mijn omgeving Zeeuws-Vlaanderen wordt voor miljoenen (middels Ir. bureau Oranjewoud, adviesbureaus en nationale en lokale grondwerkbedrijven) in hoog tempo waardevolle landbouwgrond omgezet in ‘nieuwe natuur’. Die nieuwe natuur bestaat zonder uitzondering uit grote onkruidvelden met een drooggevallen plas. De meerwaarde suiker en winst (een hectare bieten zet overigens meer CO2 om in zuurstof dan een hectare bos..!) is verdwenen. Gedurende een korte tijd hebben de betrokken bedrijven zich wat langer overeind kunnen houden, maar het project produceert niets aan toegevoegde waarde. Ander voorbeeld is het rekeningrijden dat destructief miljarden belastinggeld gaat consumeren om uiteindelijk ‘gemiddeld’ de autogebruiker dezelfde kosten te laten betalen. De waanzin ten top.

Ontbrekende toegevoegde waarde.
Het begrip en resultaat 'meerwaarde' (direct) en ‘toegevoegde’ (in de periferie) waarde op de productie van goederen staat borg voor:
a. inwisselbare handelswaarde (bron van wereldhandel) en daardoor
b. financiele meerwaarde (winst) waarmee onderzoek, verbeterde productie, betere sociale infrastructuur en investering in nieuwe techniek betaald kan worden.
Die toegevoegde waarde kent de 'milieu-industrie'niet.

De slang die zichzelf opeet.
Zonder uitzondering levert de ‘bedrijvigheid’ rondom de milieuhype geen enkele meerwaarde, buiten uitsluitend een vermeende, hypothetische ‘ethische’ waarde voor de ‘toekomst’. Dat wordt hard bewezen door het feit dat de productie van goederen overwegend wel zelfgenererend vermogen heeft, maar dat alle milieuactiviteiten dat vermogen NIET blijken te hebben. Ze hebben zonder de zeer extreem hoge input van belastinggeld geen bestaansrecht.

Naast de eerder genoemde inflatoire afhankelijkheid van China, zijn het juist deze activiteiten (zonder structurele meerwaarde en niet zelf genererend) die in een bijna stalen wetmatigheid binnen afzienbare tijd borg staan voor verder economisch verval.