De legende van de milieuramp in de Nigerdelta
CLARK KENT/UDO ULFKOTTE - 25 JULI 2011
“Niet Shell, maar de bevolking en criminele bendes zijn schuldig aan de grote olievervuilingen in het Nigeriaanse Ogoniland. De publicatie van deze conclusie van de Verenigde Naties laat echter om veiligheidsredenen op zich wachten.” (Trouw, 18-7-2011)
Op 18 juli stond in Trouw een artikel met als niet mis te verstane titel: VN: Shell niet schuldig aan olievervuiling. In dit artikel kunnen we lezen dat een onderzoeksteam van de UNEP, het milieubureau van de VN, onderzoek heeft gedaan naar milieuvervuiling in de Nigerdelta. Het eindrapport van het onderzoeksteam, dat onder leiding stond van Mike Cowing, haalt het beeld van Shell als boosdoener en de bevolking als slachtoffer volledig onderuit.
In dit verband is het volgende artikel van Udo Ulfkotte uit 1996, waarin hij stelling neemt tegen de verwijten en beschuldigingen aan het adres van Shell, interessant om nog eens te lezen.
Volgens Ulfkotte werd de vervuiling destijds sterk overdreven, het milieubureau van de VN heeft echter, jaren later, wel degelijk bewijzen van ernstige vervuiling gevonden, maar legt de schuld bij de bevolking en criminele bendes.
Ik herinner me overigens nog dat toen Shell zich verweerde tegen de beschuldigingen en de vervuiling weet aan sabotage door de plaatselijke bevolking, westerse NGO smalend reageerden op cijfers van Shell omdat deze wezen op plotseling sterk gestegen aantallen vernielingen aan olieleidingen. De plotselinge stijging zou niet plausibel zijn volgens de NGO’s. Het was gewoon allemaal de schuld van Shell en volgens de NGO’s wezen de cijfers van Shell juist op snel toegenomen aantallen sabotages, omdat Shell achter de feiten aanholde om de vervuiling met 'vervalste cijfers' te kunnen verklaren.
Zou Ulfkotte toch gelijk hebben gehad? Viel de vervuiling aanvankelijk mee? Werden de vernielingen aan olieleidingen snel opgevoerd om alsnog ‘bewijs’ te leveren voor de vervuiling van de Nigerdelta?
Lees eerst maar het artikel van Ulfkotte uit 1996.
Campagnes, corruptie, ongegronde klachten / Door Udo Ulfkotte
AGBARHO. Koning Ogheneruemu Arubi Omamohowo II hoeft men vanwege zijn ambt niet te benijden. In zijn van klei en golfplaten opgetrokken ‘paleis’ in het Nigeriaanse dorp Agbarho in de Nigerdelta moet hij telkens weer vernederingen ondergaan door jongeren die zijn traditionele claim op het leiderschap niet langer willen erkennen. Sinds westerse olieconcerns ook in het gebied waar Omamohowo de macht heeft op elf plaatsen olie hebben gevonden, eisen vooral de jongeren met steeds luidere stem een regelmatig inkomen en een leven met videorecorders, SUV’s en supermarkten. Dat kan de koning, soeverein over 14 dorpen en 35000 mensen van het volk der Urhobo‘s, hen echter niet bieden.
Eeuwenlang woonden de Urhobo‘s in de moerasdelta van de Niger, afgesloten van de buitenwereld. Naast het verbouwen van bananen en cassavawortels zorgden de wateren van het regenwoud ook voor een ruime keuze aan lekkere vis. Opeenvolgende Nigeriaanse regeringen keken nooit naar de Urhobo’s om. Terwijl leden van de regering vanaf het begin van de olieboom midden jaren zeventig miljarden aan de olieverkopen verdienden, kregen de Urhobo’s niets: geen school, geen klinieken, geen elektriciteit en ook geen drinkwatervoorziening.
Abuja, de nieuwe regeringszetel van de Nigeriaanse dictators in het midden van het land, is voor de mensen van Agbarho oneindig ver weg. Dus richtte koning Omamohowo zich tot de enige voor hem direct bereikbare contactpersoon, het hier actieve Shellconcern, met een verzoek om arbeidsplaatsen, generatoren, scholen, ziekenhuizen, wegen, sportvelden en een drinkwatervoorziening. Maar de 35000 Urhobo‘s waren niet de enigen die hoopten dat de buitenlandse onderneming de door de regering verzuimde ontwikkeling van het gebied, waar zij nog steeds haar ogen voor sluit, zou compenseren. Ook de Ogoni’s, Andoni’s en vijftien andere volkeren van de door meer dan zes miljoen mensen bewoonde delta oefenden druk uit op hun koningen om vooral bij Shell, het grootste van de zes in Nigeria actief zijnde olieconcerns, datgene op te eisen waar zij op een andere manier niet aan konden komen.
Shell exploiteert in de 70000 vierkante kilometer grote Nigerdelta 86 oliepompen. Bij een verkoopprijs van 22 dollar ontvangt Shell van elk vat olie slechts 3,5%, terwijl de Nigeriaanse regering met 75% - de rest is voor overige partners – het leeuwendeel opstrijkt. Met zulke becijferingen kon Shell de volkeren van de Nigerdelta er echter niet van overtuigen hun eisen voortaan aan de regering te richten, omdat de kans op succes nihil is. Voor scholen en wegen ontbreken de middelen uit Abuja, want slechts drie procent van de olie-inkomsten wordt door de regering beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van het land. Terwijl het volk lijdt, maken de regeringsleden in Abuja die oliewinsten naar Europese bankrekeningen over; hun tegoeden zouden volgens westerse geheime diensten inmiddels meer dan driehonderd miljard dollar bedragen.
Na zich aanvankelijk op de vlakte te hebben gehouden, begon Shell met de eerste projecten voor ontwikkeling van de regio. Alleen al in het afgelopen jaar – lang voor de internationale protestgolf tegen het olieconcern – besteedde de onderneming miljoenen dollars aan ontwikkeling. Niet alleen Shell, ook andere in de Nigerdelta actieve buitenlandse ondernemingen zijn allang bezig om ontwikkelingswerk op zich te nemen. Zestig procent van alle straten in de regio werden door Shell of andere buitenlandse ondernemingen gebouwd. De afgelopen anderhalf jaar is vooral het 500000 mensen tellende volk van de Ogoni’s bekend geworden, omdat dit Shell er in campagnes van beschuldigt de Nigerdelta te hebben verwoest. Volgens opgaven van de Ogoni’s, die ook de laatste dagen weer zonder enig voorbehoud door Europese kranten werden overgenomen, heeft de oliewinning in hun woongebied het ecologische evenwicht verwoest. In hun berichten wordt beweerd dat de rivieren geen vissen meer zouden bevatten en dat overal boeren in het faillissement zouden zijn gedreven door met olie verontreinigde akkers.
Wie vandaag de dag de rivierdelta bezoekt, vindt nauwelijks bewijzen voor dit alles. Volgens – niet controleerbare – opgaven van de oliemaatschappijen zijn de meeste vandaag de dag te ontdekken lekkages aan olieleidingen te wijten aan sabotage, omdat de omwonenden hopen in aanmerking te komen voor schadevergoeding. De twee oliemeren ter grootte van een eendenvijver, die door tv-stations overal ter wereld als ‘bewijs’ voor de zgn. ‘milieuramp‘ worden getoond, ontstonden volgens informatie van bewoners als gevolg van gevechtshandelingen tijdens de Biafra-oorlog, toen Shell de oliewinning had stilgelegd. Op de rivierarmen ziet men overal vissers die elke dag hun netten uitwerpen en een royale vangst naar de markt brengen.
Critici beschuldigen Shell er bovendien van met honderden gasfakkels de lucht in de delta te hebben verpest. Maar de over een oneindig groot gebied verspreide en door Shell geëxploiteerde 86 fakkels werken ook als je er goed naar kijkt niet anders dan die in Rusland, de Arabische wereld of Latijns-Amerika. Voor horrorberichten, volgens welke de bewoners van de Nigerdelta door met olie verontreinigde modder waden en lucht moeten inademen die zwart ziet van het roet, is nergens bewijs te vinden.
Deense, Zweedse, Britse en Duitse journalisten die dezelfde regio konden bezoeken die de komende dagen als achtergrond voor nieuwe campagnes tegen Shell moet dienen, kwamen tot vergelijkbare conclusies als Carl Mortished van „The Times“: „Voor wie door de deltaregio reist, komen de jongste berichten op tv over verwoesting van het milieu en een inferno door het affakkelen van gas als belachelijk voor.“
Shell maakte de fout, na steeds nieuwe eisen en gewelddadigheden door met name jonge leden van het Ogonivolk, de politie om hulp te vragen. Vele Ogoni’s werden neergeschoten en het olieconcern trok zich in 1993 uit dit gebied terug. Uiterlijk nadat Ken Saro-Wiwa, winnaar van de alternatieve Nobelprijs en ‚intellectueel leider‘ van de Ogoni’s, een jaar geleden na een oneerlijk proces in Port Harcourt werd terechtgesteld, wordt het olieconcern ervan beschuldigd het leven van deze man niet te hebben gered door invloed uit te oefenen op dictator Abacha. Tegenwoordig is niet alleen op het hoofdkantoor van Shell in Londen de communis opinio dat men in het verleden fouten heeft gemaakt. Maar tegelijkertijd wordt niet alleen bij Shell de vraag gesteld in hoeverre een commerciële onderneming zich moet bemoeien met de politiek van een andere staat.
|
Onderschrift foto:
|
De lucht in de Nigerdelta is niet zo slecht als de media ons willen doen geloven.
In de Niger zijn er nog altijd vissen. Aanwijzingen dat olieconcerns, met Shell voorop, het ecologische evenwicht van de delta hebben geruïneerd, zijn niet te vinden.
Foto’s Udo Ulfkotte
|
De foto’s zaten niet bij het artikel dat tegen betaling kon worden gedownload.
Vertaald uit het Duits door Clark Kent
NGO’s wijzen de bevindingen van Mike Cowing van de hand met het verwijt dat hij de dienaar van de Nigeriaanse regering en Shell is. Maar Shell is juist het grootste slachtoffer van de corruptie van de Nigeriaanse regering, die 75% van de olie-inkomsten inpikte, en Cowing wijst erop dat niet alleen de lokale bevolking maar ook criminele bendes met contacten tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij diefstal en illegale oliehandel.
Onheilspellend is dat het rapport nu als veiligheidsrisico wordt beschouwd en “met tienduizenden militanten een traject van verzoening is afgesproken”. Het rapport wordt pas in het najaar geopenbaard. Er is dus nog voldoende tijd om de bevindingen aan te passen aan de eisen van politieke correctheid.
Shell heeft er overigens wel goed aan gedaan om zich terug te trekken uit Nigeria. Een overheid die slechts tegen betaling jouw olie-installaties beschermt, zelf betrokken is bij diefstal en illegale oliehandel en de wet ‘handhaaft’ met grof geweld en showprocessen, daar moet je niet afhankelijk van willen zijn. Helaas is dat inzicht pas laat bij Shell doorgebroken.
Het zou een goede zaak zijn als oliemaatschappijen toegang zouden hebben tot oliebronnen die dichter bij huis liggen: Alaska, Colorado, maar ook de grote schaliegas en -olievoorraden in Europa.
Laat die achterlijke Ogoni’s er zelf maar achter komen hoeveel olie ze zonder westerse kennis en kapitaal kunnen winnen en hoeveel scholen, ziekenhuizen, wegen, SUV’s, sportvelden en drinkwaterinstallaties ze daarvoor kunnen kopen.
Tot besluit goed nieuws over de Golf van Mexico, waar vorig jaar een grote ‘olieramp’ plaatsvond. Weet u het nog, de erste olieramp ooit? Welnu, al die olie is spoorloos verdwenen. Opgegeten door microben. Wie had dat ooit gedacht? Aardolie blijkt gewoon biologisch afbreekbaar te zijn.