De economische apartheid in Egypte
HERNANDO DE SOTO - 04 FEBRUARI 2011De stormloop op de Berlijnse Muur van het Midden-Oosten begon in Tunesië, nadat een fruitverkoper zich in brand had gestoken uit wanhoop over treiterij door de politie omdat hij geen vergunning had. De arme man was redelijk goed opgeleid, maar fruit verkopen was zijn laatste hoop op een betere toekomst. De Egyptenaren kampen met hetzelfde probleem, zoals Hernando de Soto onomstotelijk heeft aangetoond. De economische apartheid in Egypte
Meer dan 90% van de Egyptenaren heeft geen eigendomsakte van zijn bezit. Geen wonder dat zij geen welvaart kunnen opbouwen en alle hoop hebben verloren. De kop die op 14 januari op Al Jazeera verscheen, een week voordat de Egyptenaren de straat opgingen, “De echte verschrikking die de Arabische wereld wegvreet is sociaaleconomische uitsluiting”, slaat de spijker op z’n kop. Voor de Egyptische regering waren de consequenties van deze uitsluiting lange tijd een punt van zorg. In 1997 riep zij, met financiële steun van de U.S. Agency for International Development, de hulp van mijn organisatie in, het Institute for Liberty and Democracy. De regering wilde becijferd hebben hoeveel Egyptenaren gemarginaliseerd waren en welk deel van de economie “buitenwettelijk” draaide – d.w.z. zonder bescherming van eigendomsrechten en toegang tot normale zakelijke instrumenten als het opnemen van krediet, waarmee bedrijven kunnen uitbreiden en bloeien. Het doel was de wettelijke beletselen die mensen en hun bedrijven belemmerden uit de weg te ruimen. Na jaren van onderzoek in het veld en analyse – waar meer dan 120 Egyptische en Peruaanse specialisten bij betrokken waren, meer dan 300 lokale leiders aan meededen en duizenden gewone mensen voor werden geïnterviewd – kwamen we in 2004 naar buiten met een rapport van 1000 pagina’s en een actieplan van 20 punten voor de economische raad, die 11 leden telde. Het rapport werd omarmd door de minister van Financiën, Muhammad Medhat Hassanein, en de raad aanvaardde de beleidsadviezen uit het rapport. De grootste krant van Egypte, Al Ahram, verklaarde dat de hervormingen “de poorten van de geschiedenis” voor Egypte zouden open. Vervolgens werd dhr. Hassanein ontslagen, na een herschikking van de ministerraad. De verborgen krachten van de status quo blokkeerden cruciale elementen van de hervormingen. Nu de straten gevuld zijn met Egyptenaren die verandering eisen, is het goed om nog eens stil te staan bij de belangrijkste feiten die door ons onderzoek in 2004 zijn blootgelegd en gerapporteerd:
Ondernemers die buiten de wet opereren worden belemmerd in hun groei. Zij kunnen hun bedrijf niet organiseren volgens bepaalde bedrijfs- of rechtsvormen (vennootschappen, NV’s enz.) die hen in staat zouden stellen om te groeien op de manier zoals wettelijk erkende ondernemingen dat doen. Omdat zulke ondernemingen niet gebonden zijn aan standaardbepalingen voor het naleven van contracten, kunnen buitenstaanders er niet op vertrouwen dat hun eigenaren aan hun beloften en contracten worden gehouden. Dit maakt het lastig of onmogelijk om de beste specialisten en professionele managers aan te nemen – en de eigenaren van deze bedrijven kunnen geen obligaties of schuldbekentenissen uitgeven om krediet af te sluiten. Ook kunnen zulke ondernemingen niet profiteren van schaalvoordelen die wel beschikbaar zijn voor diegenen die in de gehele Egyptische markt kunnen opereren. De eigenaren van buitenwettelijke ondernemingen zijn beperkt tot het in dienst nemen van familieleden om te produceren voor een beperkte klantenkring. Zonder duidelijke eigendomsrechten op hun bezittingen en onroerend goed is al wat deze ondernemers bezitten, kort gezegd, “dood kapitaal” – eigendom dat niet als hefboom kan worden gebruikt om kapitaal te verwerven voor investeringen, door het in onderpand te geven op leningen, of als waarborg voor langetermijncontracten. En dus blijft de meerderheid van deze Egyptische bedrijven klein en relatief arm. Het enige dat hen kan vrijmaken zijn wettelijke hervormingen. En alleen het politieke leiderschap in Egypte kan dit doorvoeren. Te veel technocraten zijn erop getraind de rule of law niet uit te breiden, maar deze te verdedigen zoals zij hem aantreffen. Het bevrijden van mensen van slechte wetgeving en het ontwikkelen van strategieën om hen uit het drijfzand van de status quo te trekken is een taak voor de politiek. De belangrijkste vraag die wij ons moeten stellen is waarom de meeste Egyptenaren ervoor kiezen om buiten de legale economie te blijven? Het antwoord is dat de Egyptische rechtsorde, net als in de meeste ontwikkelingslanden, de meerderheid van de mensen in de steek laat. Als gevolg van lastige, discriminerende en gewoon slechte wetten is het voor de meeste mensen onmogelijk om hun bezittingen en bedrijven te legaliseren, hoe goed hun bedoelingen ook mogen wezen. De voorbeelden zijn legio. Om een kleine bakkerij te openen, zo ervoeren onze onderzoekers, is een procedure van 500 dagen nodig. Om een eigendomsrecht te verkrijgen op een vrij stuk land moet je meer dan 10 jaar ‘oorlogvoeren’ met buraucraten. Om zaken te doen in Egypte, zou een arme ondernemer die zich omhoog wil worstelen in de slag moeten met 56 overheidsdiensten en zich moeten onderwerpen aan herhaaldelijke inspecties. Dit alles verklaart waarom er onder gewone Egyptenaren al tientallen jaren een veenbrand woedt. Ondanks hard werken en sparen kunnen zij weinig doen om een beter leven te krijgen. Om de economische apartheid in Egypte te verbreken, moet de meerderheid van het Egyptische volk in een open rechtsorde worden ondergebracht. Het emanciperen van de armen begint met het van overheidswege toekennen van duidelijke eigendomsrechten op de meer dan $ 400 miljard aan bezittingen, waarvan wij ontdekten dat zij die al hebben gecreëerd. Dit zou een hoeveelheid kapitaal vrijmaken die honderden keren groter is dan de directe buitenlandse investeringen en wat Egypte aan ontwikkelingshulp ontvangt. Leiders en regeringen kunnen veranderen en misschien wordt Egypte democratischer. Maar alle hoop op een beter leven – waarvoor zovelen nu de straat opgaan om te demonstreren – blijft ijdel, tenzij de bestaande juridische instituties worden hervormd, zodat de economie van onderop kan groeien. Hernando de Soto, auteur van “The Mystery of Capital” (Basic Books, 2000) en “The Other Path” (Harper and Row, 1989), is voorzitter van het Institute for Liberty and Democracy in Lima. Vertaald uit het Engels door Clark Kent. Meer over Hernando de Soto is te vinden in mijn artikel: New York Times deelt onbedoeld knallende oorvijg uit aan hulpindustrie en milieubeweging en in Links zorgt voor de armen, van Mark d'Aviano. In mijn artikel staat ook een link naar een artikel op meervrijheid.nl over Hernando de Soto, die ooit becijferde dat het onroerend goed in de Derde Wereld evenveel waard is als de totale waarde van alle beursgenoteerde bedrijven uit de twintig rijkste landen ter wereld. |
|

