Bijlesje voor Trouw inzake Tea Party
CLARK KENT - 28 OKTOBER 2010Uit een inzending van Sytse de Jong, oud-redacteur buitenland van het Reformatorisch Dagblad, blijkt dat Trouw de aanhangers van de Tea Party beschouwt als "merendeels zwaargelovige, argwanende en wat achterlijke plattelandsbewoners zijn die geen grip hebben op de globalisering. Ze verlangen terug naar een mytische blanke American way of life, zo ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw." Tea Party-aanhangers zijn behalve geloofsfanaten dus ook nog racisten, aldus De Jongs karakterisering van het artikel in Trouw. Ik zou daar nog aan willen toevoegen dat wat voor Trouw geldt, ook voor de overige vertegenwoordigers van de Main Stream Media geldt. De bloem van de Nederlandse journalistiek ziet aanhangers van de Tea Party nu eenmaal als extreemrechtse, racistische geloofsfanaten. Wie anders zou het in z’n hoofd halen om op de Republikeinen te stemmen en koers van die partij ook nog naar rechts te willen verleggen? Toch is de karakterisering als geloofsfanaten des te lachwekkender als men zich realiseert dat de Tea Party een politieke beweging is die de Republikeinse Partij probeert te verenigen achter een in hoofdzaak seculiere agenda: de terugkeer naar een kleinere en vooral minder bemoeizuchtige overheid, zoals bedoeld door de Founding Fathers en door hen vastgelegd in de Amerikaanse Grondwet. Na het debacle van Bush denken vele rechtse kiezers met weemoed terug aan Ronald Reagan, die een amalgaam van religieuze traditionalisten, voorstanders van de vrije markt en haviken die voor een militair sterk en zelfverzekerd Amerika zijn aaneen wist te smeden tot een hechte coalitie, wat bijdroeg tot het toenmalige succes van de Republikeinen. In de voorverkiezingen van 2008 bleek dat er van deze coalitie niet veel meer over was. Dat was ook niet zo vreemd, gezien de interne tegenstellingen: waar Burkeaanse traditionalisten en libertariërs (volgens Van Dale libertairen) elkaar nog kunnen vinden in respect voor het Natuurrecht, zullen klassiek liberalen toch echt botsen met sociaal conservatieven die voor de overheid een belangrijke rol zien weggelegd bij het aanmoedigen en zelfs afdwingen van de juiste morele waarden. Sociaal conservatieven zijn niet tegen de verzorgingsstaat, mits deze zodanig gearrangeerd wordt dat hij traditionele waarden en instituties ondersteunt i.p.v. ondermijnt. Er is niets mis met de bijstand, mits deze wordt gereserveerd voor meisjes die met de vader van hun kinderen trouwen en getrouwd blijven, om het simpel samen te vatten. Ook Bush was een big government conservatief. De uitbreiding van de verzorgingsstaat onder Bush werd niet zelden ook nog verpakt in vrijemarktretoriek, waar socialisten later dankbaar gebruik van maakten om 'de vrijemarktpolitiek van Bush' verantwoordelijk te stellen voor de kredietcrisis. Onder het mom van compassionate conservatism voerde hij maatregelen in die de overheidsuitgaven flink opvoerden, zoals No Child Left Behind, de Medicare Prescription Drug Improvement and Modernization Act, een uitbreiding van vergoeding van medicijnen op recept voor 65-plussers, en de Ownership Society, die o.a. het eigenwoningbezit onder mensen met lage inkomens moest bevorderen. Daartoe werden banken extra aangemoedigd om kredieten te verstrekken aan mensen die eigenlijk helemaal niet kredietwaardig waren. Het aloude christelijke zondebesef en het socialistische dogma dat het lijden en de noden van andere mensen een hypotheek op ons leven, ons geluk en onze vrijheid leggen, grepen hier naadloos in elkaar en de eigen verantwoordelijkheid, die toch zou moeten worden aangemoedigd door de ownership society, was het kind van de rekening. Dat gold voor de mensen met lage inkomens die ineens wel in aanmerking kwamen voor een hypotheek, maar ook de kredietverstrekkers. Hen werd duidelijk gemaakt dat het hanteren van strenge kredietwaardigheidseisen niet op prijs werd gesteld. Wie niet meewerkte werd aan de schandpaal genageld als racist, o.a. door acties van ACORN waar ene Barack Obama de scepter zwaaide, wie wel meewerkte kon zijn hypotheken na een tijdje doorverkopen aan Freddie Mac en Fannie Mae. Deze “government sponsored enterprises” verpakten de hypotheken als hypotheekobligaties en verkochten deze weer door. Het risico zou worden gespreid door subprime hypotheken te mixen met hypotheken met een hogere rating. Afijn de rest is geschiedenis. Amerika was George Bush spuugzat, en wie kon Amerika beter van de bittere herinneringen aan George W. afhelpen dan de kandidaat van ‘verandering’? Na Geoge W. Bush, die een goede imitator van Herbert Hoover bleek te zijn – de man die Amerika de crisis in hielp met o.a. de Smoot-Hawley Tariff Act – trad Barack Obama aan, die een goede imitator van Franklin D. Roosevelt bleek te zijn – de man die de crisis met zijn beleid verergerde en onnodig verlengde tot een depressie. Barack Obama wist Bush in de schaduw te stellen met hulpkredieten voor bedrijven in nood. Zogenaamd om de economie te redden, maar een crisis die is ontstaan door overmatige geldschepping door de centrale banken en onverantwoord lage standaards bij het verstrekken van kredieten breng je niet tot staan met nog meer geld. Alleen homeopaten zouden zoiets absurds kunnen bedenken. Onder Barack Obama bleek de royale overheidssteun aan bedrijven een verborgen agenda te dienen: het verwerven van verregaande overheidsinvloed in talloze bedrijfstakken. Wie betaalt, bepaalt immers… Vriendelijk bedanken voor de eer en afzien van steun was er vaak niet bij, an offer you can’t refuse… Onder Obama was er een wildgroei aan Czars, overheidsfunctionarissen die toezicht gingen houden op complete bedrijfstakken als waren zij de Tsaar zelf. Kiezers die meenden dat Obama zich na zijn verkiezing zou bekeren tot een centrumlinkse Clintoniaanse agenda en afscheid zou nemen van verkiezingsbeloften aan extreemlinkse, maar in de Democratische Partij invloedrijke belanggroepen, kwamen bedrogen uit. Autobedrijven moesten in ruil voor staatsteun zuiniger auto’s gaan bouwen en meer investeren in elektrische auto’s, die waarschijnlijk nooit met de goede oude interne verbrandingsmotor zullen kunnen concurreren. Energiebedrijven moesten hun plannen voor kolencentrales in de ijskast zetten. De financiële sector werd geconfronteerd met verlammende nieuwe regulering, iets wat bij vorige crises ook niet hielp. Er werd zelfs openlijk gespeculeerd over nationalisering. Handelspartners werden bedreigd met protectionistische retoriek. Obama ontpopte zich al snel tot de kandidaat van extreem links. Dat bleek des te meer toen hij kwam met zijn plannen voor een nieuw ziektekostenstelsel dat, onder het mom van solidariteit, de kosten voor ziekteverzekeringen voor doorsnee Amerikanen fors zal opvoeren terwijl tegelijkertijd hun keuzevrijheid wordt ingeperkt. Dit voorstel stuitte op veel weerstand van kiezers en Democraten beleefden zware tijden toen zij op zgn. Town Hall Meetings hun steun voor Obamacare probeerden uit te leggen. Uiteindelijk werd het plan nog gauw door het parlement gejast, voordat de Democraten bij de midterms hun meerderheid dreigden kwijt te raken. Meer hierover binnenkort op HVV. Daarnaast legde Obama zich vast op een streven om de CO2-uitstoot in 2050 met 80% terug te dringen en een plan voor handel in emissierechten voor CO2 met in de tijd steeds verder verlaagde plafonds voor de totale emissies – cap and trade – in te voeren. Dit plan heeft het niet gehaald, maar de EPA – het Amerikaanse ministerie van milieu – kan op grond van bestaande bevoegdheden die voortvloeien uit de zgn. Clean Air Act alsnog de emissies van CO2 reguleren – per decreet, buiten het parlement om. Dát is de reden dat bezorgde Amerikanen zich verenigden in de zgn. Tea Party, een politieke beweging die de Republikeinse Partij wil veroveren om deze te bevrijden uit de klauwen van het ‘gematigde’ partij-establishment, dat uit pragmatische overwegingen niet verder wil gaan dan de socialistische maatregelen van de Democraten vervangen door net iets gematigder plannen. In voorverkiezingen voor de Republikeinse Partij hebben kandidaten van de Tea Party het goed gedaan en kandidaten van het partij-establishment het nakijken gegeven. Nu blijkt dat veel Democraten die vroeger konden bogen op een ‘veilige zetel’ in kiesdistricten waar Republikeinse uitdagers totaal geen bedreiging vormden, het zeer moeilijk gaan krijgen en lang niet zeker zijn van herverkiezing. Binnenkort meer over de Tea Party en Obama’s radicaal linkse agenda en zijn verdachtmakingen naar de Tea Party. Hieronder alvast een interview met een kandidaat voor de Tea Party. Hij is aanhanger van de vrije markt en een overheid met duidelijk begrensde bevoegdheden (het belangrijkste strijdpunt van de Tea Party), atheïst en voorstander van abortus omdat een foetus geen biologisch onafhankelijke entiteit vormt en dus geen rechten kan hebben. Een minderheidsstandpunt in de Tea Party, maar religieuze fanaten zijn het zeker niet. De Tea Party is voor een wapenstilstand tussen Burkeaanse conservatieven, libertariërs en sociaal conservatieven, om vrijheid & economie op de voorgrond te kunnen plaatsen. Tot leedwezen van religieus rechts… |
|

