Islam en islamisme
E.J. BRON - 13 JANUARI 2009Het islamisme wordt als een politieke, militante en sociaalrevolutionaire beweging beschouwd, die afgeleid is van de islam en naar het heet slechts door een minderheid van de moslims wordt vertegenwoordigd. Er wordt beweerd dat de islam een vreedzame religie zou zijn, die wij op grond van onze waarden verplicht zijn te tolereren, terwijl het islamisme slechts een vervormde ideologie zou zijn die de vreedzame geest van de islam weerspreekt. Maar is het terecht dit onderscheid te maken? De voorstanders van de islam in het westen beweren dat men de Koran niet dwingend zo moet interpreteren zoals dat islamisten en fundamentalistische islamieten doen. Men zou deze fundamentalistische interpretatie slechts door een ”hervormde” hoeven te vervangen. Het probleem: een interpretatie van de Koran is uitgesloten, omdat de Koran volgens islamitische begrippen de woordelijke neerslag van Gods woord is. Daarom worden ”hervormers” van de islam in de islamitische wereld vaak vervolgd en met de dood bedreigd. De Koran bevat echter onbetwistbaar talrijke passages die tot geweld tegen anders gelovigen en tot gewelddadige verspreiding van de islam over de hele wereld oproepen. Men kan deze niet ontkennen en ook niet weg ”hervormen”. Bij een nauwkeurige analyse stelt men vast dat het islamisme geenszins een verdwaalde afwijking van een in principe tolerante religie is, maar dat de Koran zelf het fundament van een totalitaire ideologie vormt. De westerse christelijke geloofsopvatting Het christendom vormt onze voorstelling van religie door begrippen zoals schuld en zonde, maar ook genade, naastenliefde en vergeving. In het Nieuwe Testament zal men geen oproepen tot gewelddadige verspreiding van de boodschap vinden, maar slechts de universele geldigheid van haar waarden. Het christelijke godsidee omvat vele positieve eigenschappen zoals genade en liefde en hervormt daarmee het godsidee uit het Oude Testament, zodat eigenschappen als wraak, haat en vergelding niet meer als goddelijke eigenschappen bedoeld kunnen en moeten worden. Als een religie desondanks tot geweld en gewelddadige verspreiding van de leer oproept en haar god dergelijke – naar onze begrippen – negatieve eigenschappen toeschrijft, kan het slechts alleen om een ander godsidee en om een andere geloofsopvatting gaan. Om zo’n leer toch als religie te kunnen aanduiden, moeten deze negatieve eigenschappen ontkend en verdrongen worden. Van de openbaring naar de rede Wij bevinden ons in een door de christelijke openbaring gevormde traditie, die zich voortzet in de antireligieuze Verlichting. Deze schijnbare paradox verdwijnt als je hem wat beter bekijkt. Onder openbaring verstaan we een bepaalde manier van bemiddeling tussen God en de mensen. De bovenzinnelijkheid van God moet door een menselijke bemiddelaar, namelijk Jezus, worden overbrugd. Dat verschaft speelruimte. Het Nieuwe Testament als tekstfundament van het christendom is daarmee geen rechtstreekse openbaring van het woord van God, maar een verzameling van verschillende teksten van verschillende schrijvers, die alleen al door hun vorm uitnodigen om te interpreteren. Deze pluraliteit breekt in de nieuwe tijd en vooral in de Verlichting volledig door. De tegenwoordige vrijheid van meningsuiting en het pluralisme van de ideeën is een voortzetting van datgene wat in de Griekse oudheid werd begonnen en door het christendom werd overgedragen. Zo ziet de filosoof van de Verlichting Immanuel Kant de westerse geestesgeschiedenis als transformatie van het openbaringsgeloof in een op het verstand berustend geloof, dat gericht is op een zedelijke en vrije wereldtoestand. Daarom draagt religie naar onze begrippen – of we ons daarvan bewust zijn of niet – altijd de kiem van het verstand in zich. En deze rede kan potentieel ontwikkeld worden. Onze geschiedenis leert ons: Verlichting is ondanks en zelfs op grond van religie mogelijk. Daarmee verstaan we onder religie precies datgene wat deze vonk van rede bevat! Waarom de Koran niet kan worden geïnterpreteerd De Koran daarentegen is een monolithische tekst en geen samenstelling. Hij is volgens islamitische opvattingen de onveranderlijke, woordelijke openbaring van het woord van Allah. Zijn interpretatie zou gelijk staan met de bewering dat Allah zich dusdanig onduidelijk uitgedrukt zou hebben, dat hij behoefte zou hebben aan interpretatie. Een hervorming zou gelijk staan met de bewering dat Allah zich zou kunnen vergissen. Wie de woorden van Allah hervormt, zou zich als profeet moeten legitimeren. Maar Mohammed is volgens de Koran, en dus volgens eigen zeggen van Allah, zijn laatste profeet. Daarom is de voortzetting naar een verlichte religie van rede uitgesloten. De poging is in de islamitische wereld reeds honderden jaren geleden mislukt. De Koran bevat alle instrumenten om een verandering en hervorming te verhinderen en dreigt bij overtreding met helse pijnen in het hiernamaals en aarde straffen. De terreur van de inquisitie kon zich uiteindelijk niet beroepen op een religieuze basistekst. Daartegenover legitimeert de Koran zelfs iedere gelovige als individueel inquisiteur. Als we de islam als religie aanduiden, bestaat er opnieuw slechts één mogelijkheid: We moeten de structureel niet te hervormen islam en zijn inquisitoire geweld verdringen, omdat hij met onze geloofsopvatting onverenigbaar is. E.J. Bron |
|
