Het nieuwe antisemitisme
E.J. BRON - 22 JANUARI 2009
De oorlog in Gaza leidt tot heftige protesten. Demonstranten in Europa nemen de anti-joodse propaganda van de islamisten over. Vooral jonge moslims en linkse politici positioneren zich tegenover Israël.
Een ingeslagen etalage in een joods studentenhuis in Genève; gekladder in Zürich, dat de Davidsster en het hakenkruis op hetzelfde niveau plaatst; beledigende brieven aan joodse gemeenten; een spandoek tijdens een demonstratie met de bewering dat de situatie in Gaza erger zou zijn dan de Holocaust; Israëls oorlog tegen de radicaalislamitische Hamas in Gaza, die afgelopen zondag na drie weken met een broze wapenstilstand werd afgesloten, wakkert emoties aan die zich tegen joden richten.
Israëls minister van buitenlandse zaken Zipi Livni is bezorgd, omdat er ”in grote delen van de wereld talrijke berichten over lichamelijke, verbale en andere vormen van antisemitische aanvallen op joden en Israëlische burgers zijn geregistreerd”.
Doodsbedreigingen tegen joden
In Oslo zijn jongeren aan het rellen, slaan etalages kapot en roepen – voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog, toen Nazi-Duitsland Noorwegen had bezet – ”Dood de joden” en ”Allahu akbar” (”Allah is groter”). In Toulouse ramt een brandende auto het ijzeren hek van de synagoge, de politie neemt een tweede auto met Molotovcocktails in beslag. In Nederland schreeuwen demonstranten ”Hamas, Hamas, joden aan het gas”. In Groot-Brittannië wordt een record aantal anti-Joodse voorvallen geregistreerd, waaronder ook doodsbedreigingen tegen joden en joodse organisaties. In Duitsland zegt de president van de binnenlandse veiligheidsdienst Heinz Fromm, dat Israëlische en joodse instellingen en personen ”nu heel veel gevaar zouden lopen”. Een golf van antisemitisch geweld zou door Europa klotsen, vat het Duitse dagblad Die Welt de sfeer op het oude continent samen.
Al voor de oorlog in Gaza had de Jeruzalemse historicus Robert Wistrich van een paradox gesproken: zoals nog nooit tevoren zou het antisemitisme in het westen zo ontoelaatbaar, maatschappelijk veroordeeld en politiek incorrect geweest zijn als vandaag. Nog nooit, volgens Wistrich, zouden de joden in Europa sinds 1945 zo bang geweest zijn voor een uitbraak van antisemitisme.
Er is niets tegen kritiek op Israël. Natuurlijk kan en mag men het over Israëls optreden ten opzichte van de Palestijnen oneens zijn en kan men het ingezette brutale geweld als ”buitensporig” brandmerken. Er zijn ook protesten in Israël, waar tijdens demonstraties ”de oorlogsmisdaden van het Israëlische leger” worden veroordeeld. Hierbij dient echter wel te worden vermeld, dat een overweldigende meerderheid van de bevolking de oorlog heeft gesteund. Er zijn ook geluiden te horen die de afloop van de oorlog in Gaza scherp en met grote terughoudendheid samenvatten. ”Israëls succes in Gaza bewijst alleen dat we sterk zijn, maar niet dat we gelijk hebben”, zei de schrijver David Grossman.
Men mag dus kritiek hebben op Israël. Zonder twijfel. Net zoals men in Duitsland, Polen of Australië kritiek mag hebben. Het wordt pas verwerpelijk, wanneer anti-joodse motieven en vooroordelen zakelijke argumenten verdringen. Er bestaan weliswaar geen objectieve criteria om het antisemitisch gevormde Israël-bashing als zodanig te herkennen. Desondanks zijn er aanknopingspunten. ”Antisemitisme begint daar, waar de Israëlische regeringspolitiek met de joodse diaspora of met de Israëlische bevolking als collectief wordt geïdentificeerd en er anti-joodse stereotypen binnenstromen”, zei de in Basel docerende historicus Jaques Picard. Duidelijke criteria gebruikt ook zijn Jeruzalemse collega Moshe Zimmermann. Als Israëls politiek zou worden beoordeeld op basis van stereotype voorstellingen over joden, zou de kritiek onzakelijk en oneerlijk zijn. Wanneer bijvoorbeeld een cartoon een Israëlische soldaat voor het ”bloedbad van Gaza” laat zien, wordt een beroep gedaan op oude clichés uit de Middeleeuwen, die bij de kijker anti-joodse reflexen moeten oproepen. Niet alleen bij Palestijnse cartoons worden de grenzen tussen de anti-Israëlische en antisemitische denkwijze en handelingspraktijk vaak uitgewist, zegt Zimmermann.
Historicus Wistrich stel als lakmoestest de vraag voor of critici van Israël voor een liquidatie of een uitroeiing van de joodse staat pleiten, zoals dat bijvoorbeeld regelmatig wordt gedaan door de mullahs in Teheran. Hamas, Hezbollah en Al-Qaida beschouwen de strijd tegen Israël als een Heilige Oorlog, als onderdeel van de wereldwijde strijd tussen de islam en de ”ongelovigen”. Bij Europese betogingen wordt vaak de denkwijze overgenomen dat Israël van de landkaart zou moeten verdwijnen. Een eis, die tegenover geen enkele andere staat in de wereld denkbaar zou zijn.
Als antisemitisch zijn tenslotte ook kritieken te classificeren die de gevechtsacties in Gaza vergelijken met de Holocaust. Deze confrontatie is niet alleen een schandelijke geringschatting van de massamoord op de Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij is inhoudelijk fout. Want in Gaza werden geen Palestijnen systematisch gedood. Er zijn in Gaza geen vernietigingskampen en gaskamers, zoals de vergelijking insinueert. Wie zo argumenteert, plaatst Israël en Nazi-Duitsland op hetzelfde niveau. En ontkent het bestaansrecht van Israël.
Ook de populistische vergelijking ”Gaza=Getto”, die tijdens demonstraties vaak wordt geïnsinueerd, leidt bewust en kwaadaardig op een dwaalspoor. Anders dan in Gaza werden vanuit de getto’s geen raketten op de buren afgevuurd.
Links profileert zich voor de Palestijnen, tegen Israël. Handig laat zij steeds weer haar talent zien om protestbetogingen te houden, wat de pro-Israëlische kant minder goed beheerst. Omdat links bij het woord ”jood” vaak als in een reflex aan macht, kapitaal en speculatie denkt, is ze bijzonder gevoelig voor antisemitisme: bij de kritiek op Israël, stelde twee jaar geleden de historica Christina Späti in een dissertatie over de Zwitserse linkse politieke partijen en Israël vast, zou het weliswaar ook vaak om solidariteit met de onderdrukte Palestijnen gegaan zijn. In linkse publicaties zouden echter antisemitische clichés en vooroordelen verder zijn getransporteerd.
Niet de gebruikelijke verdachten
Het antisemitisme wordt deze keer evenwel niet door de ”gebruikelijke verdachten” aangewakkerd. Slechts een klein deel is toe te schrijven aan het rechts-radicale milieu. Een onderzoek in opdracht van de EU had al vijf jaar geleden vastgesteld, dat anti-joodse gewelddadigheden in EU-landen steeds meer door islamitische jongeren zouden worden begaan, ”die, zich beroepend op Arabischtalige bronnen, ondubbelzinnig antisemitisch zijn gemotiveerd”. Het ontbreekt hen aan historische kennis, laat de studie zien.
Bij de ongeregeldheden zouden vaak in Europa gesocialiseerde jonge moslims betrokken zijn, zegt Helga Hembacher, hoofd van het Salzburger Centrum voor Joodse Cultuurgeschiedenis. Anti-joodse betogingen vinden vooral daar vaak plaats waar de moslimgemeenten sterk zijn gegroeid – dus in landen zoals Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland, of in Scandinavië. Dat is geen toeval: fundamentalistische preken in de moskeeën, antisemitische vooroordelen, die vanuit de geboortelanden naar Europa werden meegebracht, de invloed van Arabische media alsmede de identificatie met de geloofsgenoten in het Nabije Oosten zouden de belangrijkste oorzaken zijn. Europa heeft sociale angsten wanneer het een standpunt moet innemen over het islamitische antisemitisme. Daarbij zou het volgens Embacher namelijk ook om de lastige kwesties van de democratie en het aanpassingsvermogen van de islam in Europa gaan.
E.J. Bron