Socialisme en armoede
EL FAISáN - 27 JULI 2011Waarom het socialisme in Latijns-Amerika averechts werkt - en waarom gematigde regeringen succes boeken. De socialistische regeringen die zich, naar het schijnt, het meest bezighouden met de strijd tegen armoede, hebben de slechtste resultaten behaald in dit tijdperk in Latijns-Amerika, ook al gaat het met de economie van deze landen zelf niet per se slecht. Chili, Brazilië, Mexico, Colombia en Peru hebben betere resultaten gehaald in de strijd tegen armoede dan Venezuela, Bolivia en Ecuador, waar socialistische leiders menen dat sociale gelijkheid voor hen op de eerste plaats komt. De resultaten komen voort uit een groot Mexicaans onderzoek, de ‘Armoede-index’ van Ethos, een organisatie die een verantwoordelijke manier van regeren promoot. Het gaat hier om democratisch bestuur, dat, omdat het te kampen heeft met electorale processen en vrije kritiek vanuit de samenleving, zich eerder gedwongen ziet om levensomstandigheden te verbeteren dan een autoritaire socialistische regering. De gegevens die in de index zijn gebruikt, zijn een combinatie van individuele armoede en collectieve armoede. Het gaat in de privésfeer bijvoorbeeld om toegang tot schoon drinkwater en de hygiënische omstandigheden of toegang tot het maatschappelijk leven en het opleidingsniveau. Onder collectieve factoren worden onder andere de kwaliteit van instituties en ziekenhuizen, de macro-economische situatie en de rechterlijke macht gerekend. Chili heeft van de acht onderzochte landen in Latijns-Amerika de beste resultaten, gevolgd door Brazilië en Mexico. In Venezuela, waar de socialist Chávez al sinds 1999 de macht is en waar puur en alleen dankzij olie veel kapitaal is binnengekomen, is er in feite niks veranderd aan de tergende armoede die er heerst. Dit kun je ook zeggen van Ecuador en Bolivia, landen die ook geregeerd worden door socialistische populisten. De lage kwalificaties van deze drie landen zijn te wijten aan een verminderde levensverwachting, het gebrek aan burgerlijke vrijheden en een afbrokkelende democratische cultuur. In de genoemde landen met betere resultaten worden democratische instituties juist sterker, wordt er méér geïnvesteerd met privékapitaal en de misdaadcijfers zijn verbeterd. [noot. vert – Mexico is een discutabel voorbeeld. Dit land mag dan een beter bestuur hebben dan bijvoorbeeld Ecuador, maar de drugsproblematiek is de natie op grote schaal aan het ondermijnen]. [noot. vert. – Ik heb de laatste alinea aangepast om het voor Nederlandse lezers begrijpelijk te maken. Dit artikel komt uit een Argentijnse conservatieve krant.] Tussen de beide uitersten in dit onderzoek zou Argentinië, dat niet in het onderzoek is opgenomen, zich eerder bij de top drie scharen dan bij de andere landen. Dit komt echter vooral omdat Argentinië een Europese bevolking heeft en er historisch gezien altijd minder armoede is geweest. De huidige desastreuze populistische regering van Christina Fernandez de Kirchner doet haar best om armoedecijfers te verbergen, net zoals ze niet eerlijk is over de echte hoogte van de inflatie. Het is de vraag hoe de Argentijnen de enorme corruptie, het cliëntelisme en de populistische dominantie van deze regering kunnen bestrijden, en zo zich efficiënter met de strijd tegen armoede kunnen gaan bezighouden. |
|
